Historie80 jaar verbandkamers, longinstituten en ARBO-zorg in mijnbouw en petrochemie ARBOdienst DSM is een ISO 9001 gecertificeerde Arbodienst, en tevens gecertificeerd volgens de Richtlijn Arbodiensten. Daarmee schrijft ARBOdienst DSM verder aan een lange geschiedenis. Die begint ruim 80 jaar geleden in de verbandkamers van de Mijnindustrie.
![]()
Begin 20ste eeuw: De ontwikkelingen van de Limburgse mijn- en chemische industrie nemen rond 1900 een indrukwekkende vaart. Het werk is zwaar en stelt de arbeiders vaak bloot aan risico’s. Een zorgsysteem binnen de bedrijven is dus van levensbelang. In eerste instantie is dat vooral gefocust op de curatieve zorg. Daarvoor is de juiste infrastructuur nodig: in Sittard, Kerkrade en Heerlen openen verschillende ziekenhuizen de deuren. Meteen een belangrijke impuls voor de ontwikkeling van de gezondheidszorg in de hele provincie.
De revalidatie van getroffen werknemers duurt vaak lang en is erg duur. De mijndirecties willen daarom meer dan louter ’ongevallenbehandeling’. De aandacht verschuift stilaan van behandeling naar preventie. De overheid ondersteunt die visie via verschillende wetten:
Arbo avant la lettre Er ontstaat een nieuwe functie: ‘fabrieksdokter’. Hij voorkomt waar mogelijk ziekten bij werknemers. Daarmee is de grondslag voor arbeids- en bedrijfsgeneeskunde - nu Arbozorg - gelegd. Op 1 juli 1918 opent het Mijnartseninstituut, later de Geneeskundige dienst der Nederlandse Steenkolenmijnen, de deuren om de nieuwe aanpak in de praktijk te brengen. Een gezonde geest in een gezond lichaam Tijdens de jaren twintig en dertig van de 20ste eeuw ontstaat ook de bedrijfspsychologische dienst. Ziekten kunnen ontstaan vanuit mentale problemen. Een goed preventiebeleid kan dus niet langer om de psychologische gezondheid heen. Een werknemer die goed in zijn vel zit, presteert beter. Aanstellingskeuringen helpen werkgevers om de geschikte werknemer op de juiste plaats in het bedrijfssysteem op te nemen. Financiële zekerheid Verzuim en invaliditeit vormen een financieel risico voor de betrokken werknemer. Een goede en snelle revalidatie beperkt de schade. Die idee leidt in 1928 onder andere tot de oprichting van het Fonds voor Sociale Instellingen (FSI) en de Werkverschaffing Invalide Mijnwerkers (WIM). Revaliderende werknemers nemen in ‘beschutte werkplaatsen’ opnieuw deel aan het actieve beroepsleven.
Naoorlogse periode
Een vrije artsenkeuze verbetert het zorgsysteem. In de jaren vijftig en zestig verbreedt ook het inhoudelijke aspect van het systeem. De Geneeskundige dienst bestaat voortaan uit:
Concrete invulling Specifieke onderzoeken brengen de risico’s van verschillende arbeidersgroepen in kaart. Zo is er onderzoek naar:
Maatregelen nemen Het Stofbestrijdingsinstituut van de Nederlandse Steenkolenmijnen neemt maatregelen om mijnwerkers te beschermen. De hygiënische toestanden in de gezellenhuizen komt ter sprake. En er is periodiek onderzoek van het keukenpersoneel, onderzoek naar mijnworm, bacteriologisch onderzoek van het bad- en drinkwater, gehooronderzoek en onderzoek naar ergonomie. Controle op verzuim In 1967 wordt de WAO-wetgeving van kracht. Verzekeringsgeneeskundigen (controlerende geneesheren) van het Algemeen Mijnwerkers Fonds (AMF) voeren de ziektewet uit in opdracht van de Staatsmijnen. Samen met lekencontroleurs, tandartsen en fysiotherapeuten ‘controleren’ zij de mijnwerkers die zich ziek melden.
![]() Na het mijntijdperk Na het sluiten van de mijnen verandert het takenpakket van de medische diensten noodgedwongen: ze begeleiden de selectieve plaatsing van ex-mijnwerkers in andere sectoren. De intensieve samenwerking met de bedrijfsleiding, personeelsdiensten en psychologische afdelingen krijgt een vervolg: de directies van het Limburgse mijn- en chemisch bedrijf besluiten een geïntegreerde medische dienst op te richten. De – tot dan toe – controlerende taak van de bedrijfsartsen verandert stilaan in een begeleidende functie.
Het einde van de eeuw
Eind jaren zeventig komt de chemische industrie tot volle wasdom. Een nieuw concept ziet het levenslicht: het ‘integrale denken’. Hierin combineren de diverse disciplines hun ideeën over preventie. Het management begrijpt steeds beter dat de inrichting van de werkplek en de algemene arbeidsomstandigheden een onmiddellijke invloed uitoefenen op de productiviteit. Doelgerichte maatregelen zorgen voor een sterke daling van het verzuim. De moderne werknemer Onderzoek toont een verschuiving binnen de verzuimoorzaken: de grote boosdoeners zijn niet langer ongevallen en/of chemische stoffen. Werknemers klagen eerder over fysieke en psychische klachten: werkdruk en stress eisen hun tol. Nauwe, multidisciplinaire samenwerking, zowel in- als extern, tussen psychologische diensten en fysiotherapie dringt zich op. De Rijksuniversiteit Maastricht verwerkt bijvoorbeeld gegevens van een DSM-onderzoek naar kanker in relatie tot arbeidsomstandigheden. Die grensoverschrijdende ontwikkelingen leiden in 1997 tot de tweede prijs in de landelijke uitverkiezing ‘Kroon op het Werk’.
![]() Vandaag - Op eigen benen ARBOdienst DSM ontwikkelt zich van een interne dienst tot een autonoom bedrijf. De dienstverlening spitst zich niet langer louter op DSM en SABIC toe. Maar ze staat wel zo dicht mogelijk bij de klant. ARBOdienst DSM is dan ook belangrijk voor het regionale bedrijfsleven. De uitgebreide klantenkring telt naast DSM en SABIC nog andere grote, middelgrote en kleine bedrijven uit de logistieke sector, overheidsinstellingen zoals gemeenten, bedrijven in de gezondheidszorg, horeca-ondernemingen, firma’s gespecialiseerd in steigerbouw, isolatiebedrijven … Uitgebreid netwerk ARBOdienst DSM werkt nu in totaal voor 11.000 werknemers. Om de kwaliteit van de dienstverlening te verzekeren, onderhouden we een omvangrijk netwerk van regionale gezondheidszorg. Dat overkoepelt huisartsen, fysiotherapeuten, psychologen, arbeidsdeskundigen en andere specialisten. |



