EN | NL | FR | DE | CN

Welke antibiotica spoort Delvotest op?

Detecteer anitbiotica

Met de Delvotest worden de meeste algemeen gebruikte antibiotica opgespoord. De detectiegrens van de Delvotest is het Maximum Residue Limits (MRL) niveau. Met Delvotest heeft u de beschikking over tabellen met antibiotica, MRL en drempelwaarden.

Detectie van de belangrijkste antibiotica families
De sneltesten voor antibiotica residuen detecteren over het algemeen voornamelijk betalactam-antibiotica. Veel geneesmiddelen die worden toegepast ter behandeling van mastitis, bevatten deze betalactam-antibiotica. Een groot nadeel is dat geneesmiddelen die werken met andere anitbiotica onopgemerkt kunnen blijven. Melkveehouders die zelf hun melk willen testen kunnen daarom het beste tests kiezen waarmee een zo breed mogelijk scala aan antibiotica families opgespoord wordt.

Het risico van besmetting varieert per antibioticum
Het "besmettingsvermogen" van een geneesmiddel wordt bepaald door de antibioticaconcentratie in de spuit en de toegepaste MRL. Daarnaast is het natuurlijk ook afhankelijk van de mate waarin het antibioticum in de uier aanwezig blijft.

Antibiotica voor droogstand besmet honderdduizenden liters melk
De meest gebruikte geneesmiddelen voor droogstaande koeien zijn betalactam-antibiotica. Een koe die droog wordt gezet, krijgt vier spuiten (een voor elk kwartier) met een zeer hoge concentratie antibiotica. Als de melk van een recent behandelde koe aan een tank wordt toegevepgd, is de concentratie antibiotica voldoende om honderdduizenden liters melk te besmetten. De bij droogstand gebruikte antibiotica moeten ten minste vier weken en soms wel tien weken in de uier aanwezig blijven. Dat betekent dat de melk na het kalven vaak nog een antibioticaconcentratie boven de MRL heeft en dat de melk positief wordt bevonden bij testen. De periode waarin de antibiotica in de uier aanwezig is, is afhankelijk van de samenstelling van het geneesmiddel. Het is daarom verstandig om de melk te testen voordat die aan de tank wordt toegevoegd, zeker bij vroegtijdig kalven.

Antibiotica kunnen altijd in melk aangetroffen worden. Dat is afhankelijk van drie factoren:

  • het metabolisme: het geneesmiddel wordt in meerdere of mindere mate veranderd en afgebroken in het lichaam;
  • het vermogen van de stof om membranen te passeren, zoals de wanden van bloedvaten en celmembranen;
  • de verschillende manieren waarop de stoffen het lichaam verlaten: urine, feces, speeksel en... melk.

Wat er met een antibioticum gebeurt in het lichaam is sterk afhankelijk van de specifieke formule van het product (werkzame stof en vulmiddelen). Het verdwijnen uit de melk van dezelfde werkzame stof kan sterk variëren per geneesmiddel. In alle gevallen gaat de curve van de concentratie-afname in de richting van de nul, maar komt deze pas enkele dagen na toediening onder de detectiegrens. Omdat er altijd een reëel risico is dat de melk besmet raakt, geeft het testen van de melk zekerheid.

Quick links

Bestel Delvotest


MRL
Drempelwaarden detectie dichtbij MRL (Engels)
(PDF: 346 Kb)