De landschappen van Wim Claessen (1951) ademen een betoverende en soms
beklemmende sfeer uit. Zijn schilderijen begeven zich in het schemergebied
tussen droom en werkelijkheid. Oneindig ver strekken zij zich uit naar het
onbekende. Zijn ijle doeken zijn nooit direct. Details ontbreken. De sfeer, de
kleur en het licht zijn raadselachtig.
Opvallend in het werk van Wim Claessen is het bijzondere licht- en
kleurgebruik. Grijzen, groenen, zachtoranje, bedekt geel, vaalblauw
geschilderd met acrylverf. De matheid van deze verf die hij in dunne lagen
aanbrengt draagt bij aan de mystieke sfeer van zijn schilderijen.
Ook het licht bepaalt de composities. Het speelt een geheimzinnig rol. Soms
schijnt het gefilterd over de voorstelling. Het flitst dreigend op aan de
horizon als een reusachtige bosbrand. Het gloeit zachtoranje over zijn
landschappen. Soms werpt het doodsbleke schaduwen vooruit.
Hij werkt van foto’s, zelf gemaakt, uit een tijdschrift of put voor inspiratie
uit zijn herinnering. Altijd domineert het landschap. Bevroren, koel,
melancholiek. Of in al zijn leegheid geheimzinnig dreigend of mysterieus mooi.
Af en toe duikt de mens erin op. Schijnbaar nutteloos aanwezig. Vissend langs
de waterkant. Roeiend in een bootje, in een boom of eenzaam dobberend op het
water.
Jongens, mannen zijn het. Hun identiteit blijft in nevelen gehuld. Soms is het
bootje net zo leeg als zijn landschappen. De stilte van zijn doeken krijgt dan
iets beklemmends. Net een boosaardig sprookje. Al die leegte lijkt dan te
duiden op een gruwelijke gebeurtenis. Er is iets vreselijks gebeurd maar wat
blijft in de lucht hangen. Soms is de leegheid van een poetische schoonheid.
Een bevroren wereld in zachte bleke kleuren waarin de mens geen rol speelt.
Eenzame kale heuvels doemen op, besneeuwde vlaktes. Oneindige vertes.
Polderlandschappen, groen en fris. Wim Claessen doorklieft ze met ijle
weerspiegelingen van het eenzame water. Met brede rivieren die traag door
eindig laagland gaan.