Jacqueline Hassink (Enschede 1966) fotografeert tafels in directiekamers,
automeisjes op autobeurzen, chique paskamers en tempels in Kyoto. Haar series
waren tot begin dit jaar gelijktijdig in twee Nederlandse musea te zien.
Daarnaast verscheen kortgeleden een boek met een overzicht van haar projecten.
Het overzichtsboek heet 'The Power Book', de tentoonstellingen in Huis
Marseille in Amsterdam en in het Nederlands Fotomuseum in Rotterdam 'The Power
Show'. Twee series uit deze Power Show – Haute Couture Fitting Rooms en Arab
Domains zijn tot en met eind mei in het hoofdkantoor van DSM in Heerlen te
zien.
Hassink, die woont en werkt in New York, is geïnteresseerd in de economische
macht en vooral in de manier waarop die macht wordt geënsceneerd: de omgeving
die macht bevestigt en het uitoefenen ervan mogelijk maakt. In verschillende
fotoprojecten laat zij zien welk imago bedrijven zich aanmeten en hoe en
wanneer zij daarmee naar buiten treden. Zij vertaalt dit thema ondermeer in
'Arab Domains' (2005-2006), het project waarin de fotografe toegang kreeg tot
de werk- en privé-ruimten van 36 hooggeplaatste vrouwen uit het Arabische
bedrijfsleven. Haute Couture Fitting Rooms, Paris' (2004-nog niet afgesloten),
de zeer exclusieve paskamers van Franse modehuizen.
De thematiek in de foto’s van Jacqueline Hassink spitst zich toe op de
begrippen publiek versus privé, dan wel buiten tegenover binnen. De grenzen
tussen het publieke en het private domein komt misschien wel het duidelijkst
naar voren in de serie Arab Domains, waarvoor zij Arabische zakenvrouwen
portretteerde aan de hand van hun vergaderruimte en eetkamer.
Kenmerkend voor Hassinks manier van werken is de nauwgezette systematiek
waarmee ze haar foto’s maakt, beschrijft en toont. Het onderzoek, de
interviews en de reis die aan het maken van de foto vooraf gaan, maken in haar
visie evenzeer onderdeel uit van het uiteindelijke werk. Niet alleen het
resultaat telt, maar ook het concept en de discussie die ze met haar thematiek
initieert. Als fotograaf probeert ze de ruimtes en portretten zoveel mogelijk
zichtbaar en invoelbaar te maken, terwijl kleur en composities de sfeer
bepalen.
Arab Domains
Jacqueline Hassinks project Arab Domains
(2005-2006) is het directe vervolg op haar veel geprezen project Female Power
Stations: Queen Bees (1996-2000). Voor Queen Bees portretteerde zij vijftien
vrouwelijke topmanagers aan de hand van hun vergadertafel op het werk en hun
eettafel thuis. Dankzij de bemiddeling van Mevrouw Al Kaylani, voorzitter van
het in Londen gevestigde Arab International Women’s Forum (AIWF), kon zij het
project voortzetten in de Arabische wereld.
Omdat de Arabische wereld vele landen met uiteenlopende culturen omvat, die
alleen - en tot op zekere hoogte - geloof en taal gemeen hebben, is het voor
een buitenstaander moeilijk er greep op te krijgen. De positie van vrouwen in
het bedrijfsleven verschilt sterk van die in Westerse landen als de Verenigde
Staten en Japan, waar Hassink voor Queen Bees fotografeerde. Het belangrijkste
verschil is het feit dat een Arabische vrouw uitsluitend een eigen bedrijf kan
beginnen als zij de steun van alle mannelijke leden van haar familie heeft.
Dankzij het netwerk van het AIWF heeft Jacqueline Hassink 50 van de machtigste
en succesvolste zakenvrouwen in de Arabische wereld voor haar project kunnen
benaderen.
Daarvan verleenden 36 vrouwen uit 18 verschillende landen (Algerije, Bahrein,
Egypte, Irak, Jordanië, Koeweit, Libanon, Libië, Marokko, Oman, Palestina,
Qatar, Saoedi-Arabië, Soedan, Syrië, Tunesië, de Verenigde Arabische Emiraten
en Jemen) hun medewerking.
Tussen 2005 en 2006 maakte Jacqueline Hassink acht reizen om de vergadertafel
en eetkamertafel van deze vrouwen te fotograferen. In voorbereiding op de
fotosessie stuurde zij de vrouwen een uitgebreide vragenlijst (met o.a. vragen
over hun opleiding en carrièrepad). Voor de tentoonstelling zijn 13
‘portretten’ geselecteerd die als tweeluiken worden gepresenteerd, met links
de vergadertafel en rechts de eetkamertafel. Daar waar zij geen toestemming
kreeg om ook thuis de eetkamertafel te fotograferen, bestaat de rechter helft
van het werk uit een wit vlak. Informatie over nationaliteit, positie en omzet
van het bedrijf maken onderdeel uit van het werk. Op deze manier probeert
Jacqueline Hassink op een positieve manier een concreter beeld van de
Arabische vrouw te geven, dat in de Westerse wereld wordt omgeven door
stereotypen.
Haute Couture Fitting Rooms, Paris
De serie Haute Couture
Fitting Rooms, Paris (2003-) is een vervolg op het eerdere project VIP Fitting
Rooms, USA & Japan (2001-2003). Voor deze serie fotografeerde Jacqueline
Hassink de speciale paskamers in wereldberoemde modehuizen waar VIPs hun
kleding kunnen passen. Het interieur van een gewone paskamer is meestal
non-descript en op zijn best functioneel. VIP-paskamers geven de klant juist
het gevoel in een exclusief voor hen gecreëerde ruimte te zijn beland. De
serie Haute Couture Fitting Rooms, Paris (2003-) laat de nog exclusievere en
afgezonderde paskamers van de Parijse Haute Couture modehuizen zien, zoals die
van Chanel, Givenchy, Jean-Louis Scherrer, Emanuel Ungaro en Valentino. De
inrichting van deze bijzondere paskamers, die alleen toegankelijk zijn voor de
elite, weerspiegelt het imago dat het modehuis wil uitdragen. Terwijl de
veelal beroemde dames die deze paskamers bezoeken er hun eigen imago creëren
en perfectioneren. Daarom is de inrichting van deze ruimtes voor de Haute
Couture huizen een precieze aangelegenheid. Op de monumentale foto’s die
Hassink er mocht maken, blijken de ruimtes te worden gedomineerd door grote
spiegels, waardoor de grenzen tussen publiek en privé nogmaals vervagen.
Jacqueline Hassink studeerde Fashion Design aan de Kunst Academie van
Rotterdam. Zij woont en werkt in New York. Haar werk bevindt zich in diverse
museum- en bedrijfscollecties.
Bron: tekst Huis Marseille