In het werk van Nico Yerna (1965) draait het om psychologie. Al jaren staat
een conceptuele vraag centraal in zijn werk. Welke processen spelen zich af
zijn hoofd? Hoe komt een gedachte tot stand, hoe vormen zich beelden en wie is
de kunstenaar? Fascinerende, in universele onderwerpen die hij vertaalt op
doek en in objecten.
Kleine knipsels uit karton verbeelden synaptische impulsen: energiestromen die
door de hersenen gaan. Die kleine energiestromen lopen als een rode draad door
Yerna’s oeuvre. Beginnend in de kleine installaties, keren ze terug in de
wandobjecten en de schilderijen. Dat duidt op een procesmatige manier van
werken. Maar hoewel Nico Yerna met tekenen en schilderen de meeste affiniteit
heeft, geeft hij duidelijk aan dat de objecten geen studies voor de
schilderijen zijn, maar op zich zelfstaande kunstwerken.
In zijn meest recente werken geeft Nico Yerna niet alleen meer zijn
gedachtestromen weer op het doek. Teksten als ‘Don’t cross’ en ‘Cool stuff
happens’ geven de toeschouwer een vingerwijzing en refereren naar Yerna’s
schilderkunstig onderzoek. Door de middelen die een kunstenaar gebruikt in
zijn atelier letterlijk op het doek te spannen, gaat hij nog een stap verder.
Een theedoek met verf- en koffievlekken. Een schildersbroek. Nico Yerna maakt
ze onderdeel van zijn schilderijen. De achtergebleven voetstap herinnert
bewust aan het moment waarop de kunstenaar aan het werk was. Hier zien we niet
een conceptuele uitwerking van de hersenspinsels van de kunstenaar. Dit is
letterlijk Nico Yerna op het doek. Zo letterlijk kan de toeschouwer zich af
kan vragen welk vervolg hierop nog mogelijk is. Of vormt dit zelfportret van
de kunstenaar een eindpunt van dit onderzoeksproces? Met zijn meest recente
werken, waaronder een portret van zijn vader op een tafelkleed, lijkt Yerna
dan ook een nieuwe weg in te slaan.
Nico Yerna studeerde aan de Academie voor Beeldende Kunst Maastricht en de
Rijksacademie in Amsterdam. Hij exposeerde o.a. bij Hedah Maastricht, galerie
Diepzout Maastricht en Pictura, Groningen.