In het werk van Tanja Smeets (Wijchen, 1963) spelen ongrijpbare, sluipende
groeiprocessen een belangrijke rol. Haar amorfe beelden nestelen zich op
plekken waar ze niet horen. Ze heeft een uitgesproken voorliefde voor
niet-alledaagse en industriële materialen. Bolletjes van piepschuim met
rubber, purschuim, schuimstrengen, fosforescerend polyester, geknoopt plastic
draad, strengen van lycra en rode en zwarte linzen in nylon. In de handen van
Tanja Smeets veranderen ze in beelden die zich als aliens nestelen.
Goedaardige structuren zijn het die in het gebouw op geheimzinnige wijze
veroveren. De beelden infiltreren en verweven zich vervolgens met de
allerdaagse omgeving. Hierdoor ontstaat een vreemde spanning; het beeld neemt
ondanks een ongebreideld, verstorend groeiproces een bijna vanzelfsprekende
plaats in. Alsof het er altijd geweest is.
Tanja Smeets werkt vaak in opdracht. In 2002 maakte ze voor het Siegerpark in
Amsterdam met plastic olieslang een blauw glanzend weefsel dat zich als een
parasiet heeft vastgeklonken aan een boom. In datzelfde jaar creëerde zij voor
de Doggerhoek in Den Helder, een penitentiaire inrichting voor jongeren elf
kleine sculpturen van fosforescerend polyester. Uit vingers, armen, oren en
handen laat ze hagedissen, staarten en hele landschappen groeien die als een
glow in the dark 13 uur lang gloeien. In fel blauw, zwart, zilver en
linzenrood giet ze deze ontwerpen ook in keramiek, rubber en gewoon polyester.
Voor de Keuringsdienst van Waren in Zwijndrecht maakt ze in 2003 een
reusachtig amorf groeisel van honderduizende piepschuimballetjes. Het beeld is
een acht meter hoog grijs organisme dat door wanden, plafonds, en vloeren heen
dringt.
Recent heeft ze voor de tentoonstelling Woeker in de nieuwe ruimte van VHDG in
Leeuwarden (2006) tientallen meters verschillende lycra stoffen aan stroken
geknipt en hieruit nieuwe structuren ontwikkeld door de stoffen uit te rekken
tot lange draden en te knopen tot weefsels. Zo is een druipend landschap
ontstaan van knalblauwe lycra, op de grond zijn de uitlopers van dit landschap
te zien, die het gevoel oproepen dat het landschap kan uitdijen en op andere
plekken nieuwe vormen kan aannemen.
Voor DSM heeft Tanja Smeets in het Heerlense hoofdkantoor een ruimtelijk
object ontworpen dat als een rode woekering over het spuitbeton van de eerste
verdieping kruipt. Het beeld dat in november 2007 is gemonteerd, is gemaakt
van rode lycra panty’s die de kunstenaar heeft gevuld met rode linzen. Het
heeft zich genesteld op een plek waar het niet hoort maar uiteindelijk zal het
net zoals alle werken van Tanja Smeets een natuurlijke vanzelfsprekendheid
hebben die niet meer is weg te denken.