Koolstof, waterstof en zuurstof vormen samen met stikstof de bouwstenen in
planten. Ze zijn vrij beschikbaar in lucht en water. Stikstof, fosfaat en kali
zijn soms niet in voldoende mate of in een niet voor de plant opneembare vorm
aanwezig. In dat geval vormt dit de limiterende factor voor optimale
plantgroei.
Planten ontvangen uit organische stof en bodem
mineralen een natuurlijke aanvoer van stikstof, fosfaat en kali. Maar dit is
meestal niet voldoende om in de behoefte van gewassen te voorzien.
Hiervoor moet men aan vullen met minerale meststoffen gedurende de
groeiperioden. Ook moeten de bodemreserves weer aangevuld worden, nadat de
planten zijn geoogst.
Stikstofvoorraden in de
bodemorganische stof breken af en worden opgenomen in de bodemoplossing
(mineralisatie). Groeiende planten nemen deze stikstof op. Bij de oogst van
het gewas wordt stikstof van het land afgevoerd.
Na het
groeiseizoen gaat de mineralisatie door en dit kan leiden tot uitspoeling van
stikstof uit de bodemoplossing. Sommige microorganismen in de bodem
vernietigen nitraat (denitrificatie) waardoor stikstofoxide kan ontsnappen en
er stikstof gas in de lucht terecht komt.
Bron: EFMA