Header for print stylesheet

KNGSF

Van NG&SF tot Gist-brocades

Wat vooraf ging…

1860 - 1869

De bakkers klagen. De gist die ze aangeleverd krijgen als bijproduct van brouwerijen en branderijen, deugt niet. Is er nou niemand die in staat is gist van een fatsoenlijke kwaliteit te produceren en af te leveren?

De jonge Jacques van Marken, in 1867 als eerste technisch ingenieur van Nederland afgestudeerd aan de Polytechnische School in Delft, besluit te kijken of er brood zit in de ontwikkeling van gist met een constante kwaliteit. Het liefst was hij dolend dichter geworden, maar zijn vrouw Agneta Matthes weet hem ervan te overtuigen dat dat geen toekomst heeft. Na een studiereis naar Oostenrijk besluit Van Marken de gok te wagen. In 1869 koopt hij voor 5.000 gulden 1,25 hectare grond en begint daarop de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek NV. Pikant detail: een naamloze vennootschap is in Nederland nog geen rechtsgeldige bedrijfsvorm. Van Marken en zijn vrouw zitten er niet mee: er zijn 95 aandeelhouders, dus de NV bestáát gewoon vanaf dat moment…

1870 - 1880

In 1870 gaat de fabricage van de eerste Delftse gist van start. De afnemers zijn enthousiast over de constante kwaliteit en de basis voor een gezonde opbouw van het bedrijf lijken verzekerd. Als bijproduct van de gist komt, na de destillatie van de spiritus, een spoeling over, die geschikt is als veevoeder. De spiritus zelf is zeer wel te gebruiken als bestanddeel van reukwatertjes. Van Markens vrouw Agneta, bekwaamt zich in dit ambacht met de door haar gestichte Parfumerie Maison Neuve. Vijf jaar na oprichting daarvan, in 1878, haalt ze met haar product brons op de wereldtentoonstelling in Parijs.

Louter voorspoed brengt het eerste decennium natuurlijk niet. De grootste ramp uit die periode is de brand van 1878, die de oude fabriek in de as legt.

Van Marken streeft naar 'sociaal ondernemerschap'. Voorbeelden daarvan zijn: het winstaandeel voor aandeelhouders, de oprichting van een pensioenfonds, Statuten van de Arbeid voor het personeel, het eerste medezeggenschapsorgaan met de naam De Kern en de eerste bedrijfsbrandweer van Europa.

1880 - 1890

De vernieuwingen gaan gestaag door. De organisatie 'Belangen voor het personeel' wordt in het leven geroepen. De taken bestaan onder meer uit controle op naleving van de arbeidsvoorwaarden en de pensioenregelingen, het functioneren van De Kern en het ziekenfonds en de inrichting van het leerlingwezen.

Van Marken doet meer. Het eerste bedrijfsorgaan van Nederland - en bij het afscheid in 2001 het oudste nog bestaande personeelsorgaan ter wereld! - ziet het licht: De Fabrieksbode. Verder ontwikkelen Van Marken en Agneta Matthes een revolutionair park naast de fabriek met onder andere huizen, een winkel, een huishoudschool en ontspanningsmogelijkheden voor kinderen én volwassenen. De naam: Agnetapark. De ontwikkeling ervan is zo uniek, dat Delft koninklijk bezoek krijgt. Koningin Emma en prinses Wilhelmina verrichten de opening.

Op bedrijfseconomisch gebied staat dit decennium in het teken van expansie, want gist en spiritus zijn een te eenzijdige inkomstenbron. Ook treedt de eerste wetenschapper (Beijerinck) toe tot het toneel van de industrie. Zijn taak is leiding te geven aan een nieuw bacteriologisch laboratorium.

1890 - 1900

Het decennium begint steenkoud. Met temperaturen dik onder nul blijkt het voor de armen onder de bevolking van Delft een hard gelag. Agneta Matthes besluit de Vereeniging voor Armenzorg op te richten, om de ergste nood te lenigen.

Voor directeur ir. F.G. Waller, die sinds 1885 mede leiding geeft aan de fabriek, breken drukke tijden aan: hij staat aan de wieg van de ontwikkeling van een nieuw soort gist. Deze zogeheten 'luchtgist' is gebaseerd op een uitvinding van Louis Pasteur en blijkt voor de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek een welkome aanvulling op het assortiment. Verder moet Waller zijn volledige aandacht richten op de halsstarrige richtlijnen van de Belgische overheid. Gist mag niet vanuit Nederland worden ingevoerd in België. En wat doe je dan? Je sticht een nevenvestiging in het land zelf. Waller en Van Marken kiezen voor Brugge als meest geschikte vestigingsplaats. Waller wordt er directeur. Van Marken kwakkelt met zijn gezondheid en trekt zich steeds verder terug uit de dagelijkse gang van zaken in de fabriek.

1900 - 1910

Het nieuwe hoofdkantoor van de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek komt in 1907 gereed, en blijkt een bijzonder en bijna gewijd boegbeeld voor het bedrijf te zijn. Jacques van Marken maakt de opening niet meer mee, want hij sterft een jaar daarvoor, in 1906. Misschien is zijn dood in bedrijfseconomische zin niet de meest ingrijpende gebeurtenis voor het bedrijf, maar voor wie zich bij de Gistfabriek betrokken voelt, is Van Markens overlijden een groot verlies. De Vereeniging tot Bestudeering van het Participatiestelsel in Parijs besluit hem postuum een gouden eremedaille te geven. Zijn vrouw Agneta Matthes neemt de medaille in ontvangst. Ze wordt toegelaten tot 'La societé de l' économie sociale'. Ook zij heeft echter niet lang meer te leven. Ze sterft in 1909.

Van Marken en zijn echtgenote hebben nog wel de zoete smaak gehad van koninklijk bezoek. De jonge koningin Wilhelmina en haar moeder Emma brengen in 1901 voor de tweede keer een bezoek aan het Delftse fabriekscomplex, in het bijzonder aan het Agnetapark.

1910 - 1920

Hoewel de Eerste Wereldoorlog Nederland voor wat betreft oorlogshandelingen betrekkelijk onberoerd laat, is het onmogelijk om werkloos toe te zien bij alle vluchtelingen die ons land overstromen. De Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek heeft in sociaal opzicht inmiddels een naam hoog te houden en de bestuurders kwijten zich dan ook met verve van hun taak. De evacués uit vooral België vinden in Delft een tijdelijk tehuis.

In bedrijfstechnisch opzicht begint de Gistfabriek meer en meer om zich heen te kijken. Niet alleen de gist en spiritus zijn boeiende producten, ook verwerkers van deze producten worden met meer dan gemiddelde interesse bekeken: distilleerderijen en kurkenfabrikanten bijvoorbeeld.

Aan het eind van het decennium vinden twee belangrijke gebeurtenissen plaats op arbeidsgebied. Eerst wordt de arbeidstijd voor het personeel verkort naar zes werkdagen van acht uur; bovendien eisen de vakbonden betrokkenheid bij de loononderhandelingen en krijgen die ook: het eerste loonakkoord is een feit.

1920 - 1930

Deze periode in de geschiedenis van de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek is de meest internationale tot dan toe. Het Delftse bedrijf, dat het decennium ervoor al om zich heen begon te kijken naar uitbreiding van het werkterrein, spreidt zijn vleugels nu echt verder uit dan slechts het bruggenhoofd in Brugge. Op allerlei plaatsen worden bedrijven overgenomen, en niet alleen bedrijven die hetzelfde maken als wat de Gistfabriek al zelf produceert. Vooral juist de potentiële klanten zijn het slachtoffer van de overnamewoede, want wie de macht heeft over zijn eigen afnemers zit in betrekkelijk rustig vaarwater.

De expansie in Delft is niet te stuiten. Liefst 27 nieuwe fabrieken worden opgetrokken; een groot aantal is zo geavanceerd dat ze vijftig jaar mee blijken te kunnen. De Gistfabriek heeft alle kennis zelf in huis. Het neusje van de zalm op technologisch gebied, topresearchers bij wijze van spreken in de rij om een baan te krijgen, een efficiënte bedrijfsvoering voor die tijd.

Ir. Waller besluit in 1925 dat het tijd wordt voor hem om af te treden als president-directeur. Hij wordt opgevolgd door ir. W.H. van Leeuwen.

1930 - 1940

De crisis in de westerse wereld slaat ook hard toe in Nederland. Vreemd genoeg blijft de Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek redelijk buiten schot. Een van de verklaringen voor deze uitzonderingspositie is: "Gaat het de mensen slechter, dan eten ze meer brood. En in brood zit nu eenmaal gist."

Wat er van waar zij, feit is dat de Delftse industriëlen, mede onder aanvoering van de Gist-bestuurders, de overheid te hulp schieten in de dreigende tijden voor de oorlog. Samen met hun collega-ondernemers richten ze een bataljon op, dat tot doel heeft het afweergeschut te bedienen dat de installaties in Delft moet beschermen. Eén van de kanonnen komt op het dak van de vetharding van Calvé te staan (nu terrein West).

In economisch opzicht is de biotechnologische ontwikkeling van butanol en aceton van belang. Beide producten worden gebruik in verven en lakken. Bovendien slaagt de Gistfabriek er in gedroogde gist op de markt te brengen, onder de verkoopnaam 'Engedura'.

1940 - 1950

De oorlogsjaren. De Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek mag op grond van de 'Wet Uitzonderingsgevallen' openblijven, omdat er eerste levensbehoeften worden geproduceerd. Dat laten de bestuurders van het bedrijf zich geen twee keer zeggen, door een vijand die ze de kans geeft onderduikers een plekje te geven op het terrein en die zo weinig kennis van zaken heeft dat er ondanks een verbod ongestoord onderzoek kan worden gedaan.

De Gistfabriek maakt behalve gist en aanverwant producten (zoals alcohol) in het geheim zuurkool, graanpap en vitamine C. Bovendien mag onderzoeker Querido, die in Westerbork gevangen zit, onderzoek doen. Samen met ir. Waller werkt hij met vervalste schalen en onder de codenaam 'Bacinol' aan een wondermiddel tegen infectieziekten. In het diepste geheim slagen beiden er in melkflessen de eerste penicilline te produceren. Een nieuw product is geboren, en zal na de oorlog een regelrechte kaskraker blijken te zijn.

Na de oorlog is het een tijdje sappelen geblazen voor de Gistfabriek. Grondstoffen zijn er mondjesmaat; de hele samenleving staat in het teken van de wederopbouw. Maar: het had veel slechter kunnen aflopen in de oorlog.

1950 - 1960

De Nederlandse Gist- en Spiritusfabriek bekwaamt zich verder in de kunst van het penicilline maken. Dankzij het zorgvuldige speurwerk en de al aanwezige expertise wordt met de ontwikkeling van dit product een goudmijn aangeboord.

Ter gelegenheid van het tachtigjarig bestaan mag de Gistfabriek zich voortaan tooien met het predikaat 'Koninklijk'. Het lustrumfeest wordt uitgebreid gevierd door het voltallige personeel. Medewerkers van andere Delftse bedrijven worden voor deze gelegenheid bereid gevonden portiers- en brandweerdiensten over te nemen.

Als bijna-monopolist op het gebied van de productie van penicillines groeit de Gistfabriek als nooit tevoren. In het kielzog worden ook andere vindingen gedaan, met soms onbedoelde bij-effecten. Het anti-TBC-medicijn streptomycine bijvoorbeeld blijkt doofheid te veroorzaken.

De ontwikkelingen op het gebied van gistbereiding staan ook niet stil. Nieuwe vindingen worden in Delft gedaan en getest, en vervolgens in het buitenland geproduceerd. De bomen groeien bijna tot in de hemel. Op technologisch en bedrijfseconomisch gebied is het de Gistfabriek nog nooit zo voorspoedig gegaan.

1960 - 1968

De antibioticamarkt blijkt niet te stoppen bij de productie van penicilline. Steeds meer nieuwe soorten anti-infectiva worden ontdekt. Het bedrijf groeit gestaag, niet in de laatste plaats door de komst van opnieuw een nieuw fenomeen: de enzymtechnologie. De experimenten met de enzymen zijn zo veelbelovend, dat besloten wordt deze nieuwe loot aan de stam van de Koninklijke Nederlandse Gist-en Spiritusfabriek te koesteren.

Het gevolg van de uitbreidingsplannen is dat het terrein aan de oostkant van de spoorlijn onvoldoende is: terrein West wordt ontgonnen. Een nieuw terrein, met een heel eigen bevolking en bedrijfscultuur. Een algemeen probleem in Nederland, dus ook bij de Gistfabriek: er is een nijpend tekort aan arbeidskrachten. De oplossing: gastarbeiders uit Spanje en andere landen in Zuid-Europa. En vanzelfsprekend verzorgt de Gistfabriek voor haar nieuwe werknemers taalcursussen. Noblesse oblige, nietwaar? Het nieuwe terrein op West en de aanwas van de beroepsbevolking betekent overigens niet dat de typische 'gistcultuur' verloren gaat; die blijkt sterker dan de maatschappelijke veranderingen.

130 jaar Gistfabriek in Delft

De naam DSM Gist prijkt sinds 1999 op de gevels en vlaggen van de locatie Delft van DSM, maar het complex staat bij velen nog altijd bekend als 'de Gistfabriek'.

In de 130 jaar van het bestaan van de onderneming zijn er diverse naamswijzigingen geweest, te weten:

• Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek - NG&SF (1869-1950)

• Koninklijke Nederlandsche Gist- en Spiritusfabriek - KNG&SF (1950-1968)

• Gist-Brocades N.V. (1968-1982)

• Koninklijke Gist-Brocades N.V. (1982-1998)

• DSM Gist B.V. (1998-heden)

Hoewel de fabriek sinds de overname het geel-met-grijs van Gist-brocades inruilde voor het blauw van DSM, zijn veel mensen nog altijd geïnteresseerd in het roemrijke verleden van de oude fabriek. Elders op deze pagina treft u per decennium de ontstaansgeschiedenis en de ontwikkeling van 'de Gistfabriek' aan, tot de naamswijziging als gevolg van het samengaan met DSM.

Wie geïnteresseerd is nog meer geschiedenis van de fabriek, Van Marken en/of de buurt, kan op het internet diverse interessante sites met nadere informatie vinden, zoals bijvoorbeeld bij de gemeente Delft (http://collectie.delft.nl/buurten) en het Internationale Instituut voor Sociale Geschiedenis (www.iisg.nl)

footer for print stylesheet