Uitgangspunten
De geconsolideerde jaarrekening van DSM is opgesteld in
overeenstemming met de International Financial Reporting Standards (IFRS)
zoals aanvaard voor gebruik binnen de Europese Unie. De door DSM toegepaste
waarderingsgrondslagen zijn in overeenstemming met de in december 2005 van
kracht zijnde IFRS, het zogeheten stabiele platform van de International
Accounting Standards Board (IASB) voor 2005. Voor details over de eerste
toepassing van IFRS door DSM zie toelichting 35.
Consolidatie
In de geconsolideerde jaarrekening worden de financiële
gegevens opgenomen van de moedermaatschappij, Koninklijke DSM N.V., en haar
dochterondernemingen alsmede het aandeel van DSM in joint ventures (samen
‘DSM’ of ’Groep’). Een dochteronderneming is een entiteit waarover DSM de
zeggenschap heeft. Zeggenschap is de macht om het financiële en operationele
beleid van de entiteit te sturen teneinde voordelen te verkrijgen uit haar
activiteiten. De financiële gegevens van dochterondernemingen worden voor 100%
in de consolidatie opgenomen. Minderheidsbelangen in het groepsvermogen en het
groepsresultaat worden afzonderlijk vermeld. Een joint venture is een entiteit
waarin DSM een belang houdt en waarover DSM gezamenlijk met derden op basis
van een contractuele afspraak de zeggenschap ten aanzien van het financiële en
operationele beleid uitoefent. De financiële gegevens van joint ventures
worden in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen volgens de methode van de
proportionele consolidatie.
Dochterondernemingen en joint ventures worden geconsolideerd vanaf de
overnamedatum en gedeconsolideerd vanaf het moment waarop DSM niet langer
beschikt over de zeggenschap, resp. de gezamenlijke zeggenschap met derden.
Bij de consolidatie worden alle intercompany-verhoudingen,
intercompany-transacties en niet-gerealiseerde winsten en verliezen uit
intercompany-leveringen geëlimineerd. Ongerealiseerde verliezen worden niet
geëlimineerd als deze verliezen een aanduiding zijn van een bijzondere
waardevermindering van het overgedragen actief. In dat geval wordt een
bijzondere waardevermindering op het actief toegepast.
Segmentatie
De informatie wordt gesegmenteerd naar de activiteiten van
de Groep en de geografische gebieden waarin de Groep actief is. De primaire
segmentatiebasis, activiteitsegmenten, weerspiegelt de managementstructuur van
de Groep. De transactieprijzen voor leveringen tussen segmenten worden bepaald
op zakelijke basis. De resultaten, activa en passiva van een segment omvatten
zowel posten die rechtstreeks tot dat segment behoren als posten die
redelijkerwijs aan dat segment kunnen worden toegerekend.
Omrekening vreemde valuta's
De presentatievaluta van de Groep is de
euro.
Elke entiteit van de Groep legt transacties en balansposten in de
administratie vast in haar eigen functionele valuta. Commerciële transacties
die in een andere dan de eigen functionele valuta worden uitgedrukt, worden
opgenomen tegen de contante wisselkoersen die gelden op de dag van de
transacties. Monetaire balansposten uitgedrukt in een andere dan de eigen
functionele valuta worden omgerekend tegen de contante koers per balansdatum.
Koersverschillen die voortvloeien uit de afwikkeling van deze transacties en
uit de omrekening van monetaire posten worden in het resultaat verwerkt.
Bij de consolidatie worden de balansen van dochterondernemingen en joint
ventures waarvan de functionele valuta niet de euro is, omgerekend in euro
tegen de contante koers. De winsten-verliesrekeningen van deze entiteiten
worden in euro omgerekend tegen de gemiddelde wisselkoersen van de betreffende
periode. Goodwill die betaald is bij overname wordt uitgedrukt in de
functionele valuta van de overgenomen entiteit. De valutakoersverschillen die
voortvloeien uit de omrekening van de netto-investering in entiteiten met een
andere functionele valuta dan de euro, worden verwerkt in het eigen vermogen
(Translatiereserve). Dit geldt ook voor valutakoersverschillen op leningen en
andere financiële instrumenten voorzover deze het valutarisico in verband met
de netto-investering afdekken.
Bij verkoop van een entiteit met een andere functionele valuta dan de euro
worden de cumulatieve koersverschillen uit hoofde van de omrekening van de
netto-investering in het resultaat verwerkt. DSM heeft gebruikgemaakt van de
uitzonderingsmogelijkheid van IFRS 1, volgens welke de cumulatieve
omrekeningsverschillen op het moment van de overgang op IFRS (1 januari 2004)
op nihil worden gesteld.
Onderscheid tussen vlottend en niet-vlottend
Een actief (passief)
wordt als vlottend geclassificeerd als het naar verwachting binnen 12 maanden
na balansdatum wordt gerealiseerd (afgewikkeld).
Emissierechten
DSM is onderworpen aan wetgeving die tot doel heeft de
vermindering van de uitstoot van broeikasgassen te bevorderen. Er zijn aan de
Groep in een aantal landen emissierechten toegekend, vooral voor emissies van
CO2. Emissierechten worden gereserveerd om te voldoen aan
leveringsverplichtingen en worden niet opgenomen in de balans. Er wordt een
bate opgenomen wanneer overtollige emissierechten worden verkocht aan derden.
Indien de feitelijke emissies hoger zijn dan de emissierechten waarover DSM
beschikt, wordt een voorziening opgenomen voor de uitgaven die nodig zijn om
de additionele rechten te verkrijgen.
Immateriële activa
Goodwill is het overschot van de
verkrijgingsprijs van een acquisitie boven DSM’s aandeel in de netto reële
waarde van de identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke
verplichtingen van een overgenomen dochteronderneming, joint venture of
geassocieerde deelneming. Goodwill betaald bij de acquisitie van
dochterondernemingen en joint ventures wordt opgenomen onder de immateriële
activa. Goodwill betaald bij de acquisitie van geassocieerde deelnemingen
wordt begrepen in de boekwaarde van deze geassocieerde deelnemingen. DSM heeft
gebruikgemaakt van de uitzondering van IFRS 1, volgens welke IFRS 3, Business
Combinations, niet met terugwerkende kracht hoeft te worden toegepast. Een
bijzondere waardevermindering wordt ten laste van het resultaat gebracht. In
het resultaat op de verkoop van een entiteit wordt met de boekwaarde van de
goodwill van deze entiteit rekening gehouden.
Tot en met 1999 heeft DSM betaalde goodwill onmiddellijk ten laste van het
eigen vermogen afgeboekt. In overeenstemming met IFRS 1 wordt deze goodwill
niet opgenomen in de openingsbalans maar blijft deze een aftrekpost in het
eigen vermogen. Vanaf 2000 tot en met 2003 werd goodwill geactiveerd en
afgeschreven over de verwachte gebruiksduur. Jaarlijks, en als er aanwijzingen
zijn dat de boekwaarde niet realiseerbaar is, wordt goodwill getoetst op de
noodzaak van een eventuele bijzondere waardevermindering. De boekwaarde van de
goodwill per 31 december 2003 volgens de in Nederland gebruikelijke
grondslagen is gebruikt als veronderstelde kostprijs van de goodwill op het
moment van de overgang op IFRS (1 januari 2004).
Aangekochte licenties, octrooien en applicatiesoftware worden gewaardeerd
tegen de aanschaffingswaarde verminderd met afschrijvingen op lineaire basis
en verminderd met eventuele bijzondere waardeverminderingen. De verwachte
gebruiksduur ligt tussen 4 en 10 jaar.
De uitgaven voor onderhoud en nieuwe releases van software worden meteen als
kosten genomen. Investeringen die direct verbonden zijn met de ontwikkeling
van applicatiesoftware worden opgenomen onder immateriële activa en
afgeschreven over de verwachte gebruiksduur (5 tot 8 jaar).
Researchkosten worden meteen ten laste van het resultaat gebracht. Indien aan
de voorwaarden voor opneming in de balans wordt voldaan, worden
ontwikkelingskosten geactiveerd en afgeschreven over de gebruiksduur vanaf het
moment waarop het product op commerciële basis wordt gelanceerd. De boekwaarde
van als immaterieel actief opgenomen ontwikkelingskosten wordt op iedere
balansdatum – of eerder als daartoe aanleiding is – getoetst op een eventuele
bijzondere waardevermindering. Eventuele bijzondere waardeverminderingen
worden ten laste van het resultaat gebracht.
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa worden
gewaardeerd tegen de aanschaffingskosten verminderd met afschrijvingen op
lineaire basis, en verminderd met eventuele bijzondere waardeverminderingen.
Bouwrente wordt geactiveerd. Uitgaven in verband met groot, periodiek
onderhoud worden geactiveerd en afgeschreven over de periode tot de volgende
onderhoudsstop.
De bestanddelen van materiële vaste activa worden systematisch afgeschreven
over de verwachte gebruiksduur. Jaarlijks wordt de geschatte resterende
gebruiksduur van de belangrijkste individuele productiemiddelen getoetst,
rekening houdende met economische en technologische veroudering, en met
normale slijtage. In de regel wordt initieel uitgegaan van de volgende
verwachte gebruiksduur: voor gebouwen 10-50 jaar; voor machines en
installaties: 5-15 jaar; voor overige bedrijfsmiddelen: 4-10 jaar. Op
bedrijfsterreinen wordt niet afgeschreven.
Een materieel vast actief wordt niet langer in de balans opgenomen wanneer het
wordt afgestoten of wanneer er geen toekomstige economische voordelen meer
worden verwacht uit de verdere aanwending of verkoop van het actief. Een
eventuele bate of verlies die voortvloeit uit het niet langer in de balans
opnemen van het actief, wordt in het resultaat verwerkt.
Geassocieerde deelnemingen en financiële activa
Een geassocieerde
deelneming is een belang in een entiteit waarin DSM invloed van betekenis maar
geen beslissende zeggenschap heeft. Gewoonlijk wordt in deze entiteiten een
aandeel gehouden dat DSM tussen 20% en 50% van de stemrechten geeft.
Geassocieerde deelnemingen worden verwerkt op basis van de ‘equity’- methode,
die inhoudt dat het aandeel van DSM in de winst of het verlies van de
geassocieerde deelneming wordt opgenomen in het resultaat. Het belang van DSM
in de geassocieerde deelneming wordt bepaald op het DSM-aandeel in de
nettoactiva van de geassocieerde deelneming, samen met de bij overname
betaalde goodwill, en verminderd met een eventuele bijzondere
waardevermindering.
Wanneer het aandeel van DSM in het verlies van de geassocieerde deelneming de
boekwaarde van een geassocieerde deelneming - inclusief eventuele andere
vorderingen - overtreft, wordt de boekwaarde tot nihil teruggebracht. Er
worden geen verdere verliezen verantwoord, tenzij DSM verplichtingen van de
geassocieerde deelneming op zich heeft genomen uit hoofde van een garantie of
een andere verplichting.
Ongerealiseerde winsten en verliezen uit transacties met geassocieerde
deelnemingen worden geëlimineerd naar verhouding van DSM’s aandeel in deze
entiteiten.
Effecten betreffen kapitaalbelangen in entiteiten waarin DSM geen invloed van
betekenis heeft en die worden verantwoord als beleggingen die voor verkoop
beschikbaar zijn. Deze effecten worden gewaardeerd tegen de reële waarde,
waarbij wijzigingen in de reële waarde worden opgenomen in het eigen vermogen
(Reële-waarde-reserve). Indien geen betrouwbare reële waarde kan worden
vastgesteld, worden de effecten tegen de kostprijs gewaardeerd. Effecten die
beschikbaar zijn voor verkoop worden getoetst op waardevermindering, waarbij
waardeverminderingen die niet van tijdelijke aard zijn ten laste van het
resultaat worden gebracht. Bij verkoop wordt het cumulatieve
herwaarderingsverschil van de betreffende effecten uit het eigen vermogen
geëlimineerd en verwerkt in het resultaat. De opbrengsten van overige effecten
die tegen kostprijs worden gewaardeerd worden in het resultaat verantwoord bij
verkoop (Netto financiële lasten).
Leningen en langlopende vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde
kostprijs, eventueel verminderd met een waardecorrectie in verband met
oninbaarheid. De opbrengsten worden in het resultaat verantwoord onder Netto
financiële lasten.
Bijzondere waardeverminderingen
Wanneer er aanwijzingen zijn dat de
boekwaarde van een vast actief (een immaterieel, materieel of financieel vast
actief) boven de realiseerbare waarde (de hoogste van indirecte en directe
opbrengstwaarde) ligt, wordt de noodzaak van een bijzondere waardevermindering
nagegaan. Voor een actief dat niet in ruime mate zelfstandig een instroom van
kasmiddelen genereert, wordt de realiseerbare waarde bepaald voor de
kasgenererende eenheid waartoe het actief behoort. Bij de bepaling van de
indirecte opbrengstwaarde worden de geschatte toekomstige kasstromen contant
gemaakt tegen een disconteringsvoet vóór belastingen, gebaseerd op de
marktrente plus een opslag voor de specifieke risico’s van het actief.
Wanneer de realiseerbare waarde van een actief lager is dan de boekwaarde,
wordt de boekwaarde afgeboekt tot de realiseerbare waarde. Een bijzondere
waardevermindering wordt teruggedraaid wanneer er een wijziging heeft
plaatsgevonden in de schatting die van belang is voor de bepaling van de
realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingen van goodwill worden
nimmer teruggenomen.
Voorraden
Voorraden worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of
lagere opbrengstwaarde. Hierbij wordt de FIFO-methode van waarderen (first-in,
first-out) toegepast. De kostprijs van gereed product en halffabrikaten bevat
de direct toerekenbare kosten en de indirecte productiekosten. De
opbrengstwaarde wordt bepaald als de geschatte verkoopprijs in het kader van
de normale bedrijfsvoering, verminderd met de geschatte kosten van voltooiing
en de geschatte kosten die nodig zijn om de verkoop te realiseren. Producten
waarvan ten gevolge van het optreden van gemeenschappelijke kosten geen
vervaardigingprijs kan worden bepaald, worden gewaardeerd tegen de
opbrengstprijs onder aftrek van een marge.
Kortlopende vorderingen
Kortlopende vorderingen worden opgenomen tegen
nominale waarde verminderd met een waardecorrectie in verband met dubieuze
vorderingen.
Kortlopende beleggingen
Deposito’s bij banken met een resterende
looptijd van meer dan 3 maar minder dan 12 maanden, worden verantwoord als
kortlopende belegging. Zij worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.
De opbrengsten uit deze deposito’s worden in het resultaat verantwoord onder
Netto financiële lasten.
Liquide middelen
Liquide middelen betreffen kasmiddelen, banktegoeden
en deposito’s bij banken met een resterende looptijd van minder dan 3 maanden.
Bankschulden worden opgenomen onder de kortlopende schulden. De liquide
middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.
Voor verkoop aangehouden activa
Vaste activa of activa en passiva die
betrekking hebben op een te verkopen onderdeel worden apart gerapporteerd als
voor verkoop aangehouden activa en/of passiva indien deze activa beschikbaar
zijn voor onmiddellijke verkoop en indien verkoop zeer waarschijnlijk is. Aan
deze voorwaarden is meestal voldaan vanaf de datum waarop de eerste
conceptversie van een verkoopovereenkomst gereed is voor bespreking. Voor
verkoop aangehouden activa en passiva worden gewaardeerd tegen boekwaarde of
lagere reële waarde verminderd met de verkoopkosten. Voor vaste activa die
worden geclassificeerd als ‘aangehouden voor verkoop’ wordt de afschrijving
beëindigd.
Eigen vermogen
DSM’s gewone aandelen en cumulatief preferente aandelen
worden aangemerkt als eigen vermogen. De aankoopprijs van ingekochte eigen
aandelen wordt op het eigen vermogen in mindering gebracht totdat zij worden
ingetrokken of herplaatst. Het aan houders van cumulatief preferente aandelen
uit te keren dividend wordt als verplichting opgenomen in de periode waarin de
Raad van Commissarissen het voorstel voor winstbestemming goedkeurt. Het aan
houders van gewone aandelen uit te keren dividend wordt als verplichting
opgenomen in de periode waarin de Algemene Vergadering van Aandeelhouders het
dividendvoorstel goedkeurt.
Opgenomen leningen
Opgenomen leningen worden initieel verantwoord
tegen kostprijs, zijnde de reële waarde van de ontvangen bedragen na aftrek
van transactiekosten. Vervolgens worden opgenomen leningen verwerkt tegen de
geamortiseerde kostprijs met toepassing van de effectieve-rentemethode. De
geamortiseerde kostprijs wordt berekend door rekening te houden met eventuele
disagio of agio. De interestlasten worden toegerekend aan het resultaat van de
periode waarop zij betrekking hebben.
Indien een renterisico met betrekking tot een opgenomen langlopende lening
wordt afgedekt, en de afdekking als effectief wordt aangemerkt, wordt de
boekwaarde van de langlopende lening aangepast voor wijzigingen in de reële
waarde van de rentecomponent van de lening.
Voorzieningen
Voorzieningen worden in de balans opgenomen wanneer aan
de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1) er is een juridische of feitelijke
verplichting als gevolg van een gebeurtenis uit het verleden, en 2) het is
waarschijnlijk dat middelen aan de onderneming zullen worden onttrokken om aan
de verplichting te voldoen, en 3) er kan een betrouwbare schatting worden
gemaakt van het bedrag van de verplichting.
Indien het effect van de tijdswaarde van geld materieel is, worden
voorzieningen bepaald door de verwachte kasstromen contant te maken tegen een
rentevoet vóór belastingen. Als een contante waarde is berekend, wordt de
toename van de voorziening door het verloop van de tijd beschouwd als
rentelasten. De interestkosten in verband met pensioenverplichtingen worden
echter opgenomen in de pensioenkosten.
Een voorziening voor de kosten die verbonden zijn aan terreinherstel in de
toekomst wordt gevormd wanneer het betreffende investeringsproject in bedrijf
wordt genomen. De kosten van de voorziening worden, samen met de historische
kosten van het betreffende actief, begrepen onder Materiële vaste activa en
afgeschreven over de gebruiksduur van het actief.
Belastinglasten
Winstbelasting wordt verantwoord volgens de
“balansmethode”. Belastinglasten worden opgenomen in de winst- en
verliesrekening behalve voorzover zij betrekking hebben op een post die
rechtstreeks is opgenomen in het eigen vermogen.
Actuele belastingen zijn de naar verwachting te betalen belastingen over de
fiscale winst over het jaar, op basis van de belastingtarieven per
balansdatum, en eventuele aanpassingen in de te betalen belastingen over
voorgaande jaren. Latente belastingvorderingen en -schulden worden opgenomen
op basis van de verwachte fiscale consequenties van tijdelijke verschillen
tussen de basiswaarde en de gerapporteerde waarde van de vorderingen en
schulden. De berekening van de uitgestelde belastingvorderingen en
verplichtingen geschiedt tegen de per balansdatum geldende of materieel
vastgestelde belastingtarieven en wetten die naar verwachting van toepassing
zijn wanneer de betreffende uitgestelde belastingvorderingen en
-verplichtingen worden afgewikkeld. Latente belastingvorderingen worden in de
balans opgenomen voorzover het waarschijnlijk is dat er toekomstige fiscale
winsten beschikbaar zullen zijn waarmee tijdelijke verrekenbare verschillen en
niet-gecompenseerde fiscale verliezen kunnen worden verrekend. Indien nodig
wordt een waardecorrectie toegepast. Latente belastingvorderingen en -schulden
worden opgenomen tegen nominale waarde.
Latente belastingverplichtingen inzake bronheffing worden alleen opgenomen
indien en voor zover het voornemen bestaat om de door dochterondernemingen
behaalde winst in de nabije toekomst als dividend uit te keren.
Pensioenen en andere vergoedingen na uitdiensttreding
De Groep heeft
een aantal toegezegd-pensioen- en toegezegde-bijdragenregelingen over de
gehele wereld. De middelen daarvoor worden in het algemeen ondergebracht in
afzonderlijk beheerde pensioenfondsen. De pensioenregelingen worden in het
algemeen gefinancierd uit betalingen door werknemers en de betreffende
Groepsentiteiten. De Groep kent bovendien bepaalde aanvullende beloningen in
de vorm van ziektekostenverzekeringen voor gepensioneerde werknemers in de
Verenigde Staten. Hiervoor zijn geen middelen afgezonderd.
Voor toegezegd-pensioenregelingen wordt voor de bepaling van de pensioenkosten
gebruikgemaakt van de ‘projected unit credit’- methode.
Actuariële baten en lasten worden in het resultaat opgenomen, gespreid over de
gemiddelde resterende diensttijd van de werknemers, met gebruikmaking van de
‘corridor’-benadering. Vooruitbetaalde pensioenlasten in verband met
toegezegd-pensioenregelingen worden alleen in de balans opgenomen als deze
leiden tot een terugbetaling uit de regeling aan de werkgever of tot een
verlaging van toekomstige bijdragen door de werkgever. Bijdragen aan
toegezegde-bijdrageregelingen komen ten laste van het resultaat zodra zij
verschuldigd worden.
Op aandelen gebaseerde beloningen
De kosten van optieplannen worden
bepaald op basis van de reële waarde van de opties op de datum waarop de
opties worden toegekend. De reële waarde wordt bepaald met gebruikmaking van
het Black-Scholes prijsbepalingsmodel voor opties, rekening houdende met
marktvoorwaarden die gerelateerd zijn aan het DSM-aandeel. De kosten van deze
opties worden verwerkt in het resultaat (Personeelsbeloningen), met het Eigen
vermogen (Reserve voor op aandelen gebaseerde beloningen) als tegenpost,
voorzover het gaat om in aandelen af te wikkelen opties. Voor in contanten af
te wikkelen opties is Overige schulden de tegenpost. Er worden geen lasten
opgenomen voor opties die uiteindelijk niet onvoorwaardelijk worden, met
eventuele uitzondering van opties waarvan het onvoorwaardelijk worden mede
afhankelijk is van een marktvoorwaarde. Deze opties worden behandeld als
onvoorwaardelijk, ongeacht of voldaan is aan de marktvoorwaarde, indien wel
aan alle andere prestatiegerelateerde voorwaarden is voldaan.
Leases
Financiële leases, waarbij nagenoeg alle risico’s en voordelen
verbonden aan de eigendom van het geleasde actief aan de Groep worden
overgedragen, worden geactiveerd bij het aangaan van de lease tegen de reële
waarde van het geleasde actief of, indien lager, tegen de contante waarde van
de minimale leasebetalingen. Alle overige leases zijn operationele leases.
De leasebetalingen voor financiële leases worden zodanig uitgesplitst in
financieringslasten en een vermindering van de leaseverplichting dat een
constante rentevoet over het resterende saldo van de verplichting wordt
bereikt. De financieringskosten worden direct ten laste van het resultaat
gebracht. Geactiveerde geleasde bedrijfsmiddelen worden afgeschreven over de
leaseperiode of over de geschatte gebruiksduur indien deze laatste korter is.
Betalingen uit hoofde van operationele leases worden op tijdsevenredige basis
als last verantwoord.
Opbrengsten
De opbrengst uit de verkoop van goederen wordt verantwoord
op het moment waarop de wezenlijke risico’s en voordelen van de goederen
worden overgedragen aan de koper. De netto-omzet is gelijk aan de
factuurwaarde verminderd met geschatte rabatten en kortingen, na aftrek van
over de omzet geheven belastingen.
Opbrengsten uit royalty’s worden in het bedrijfsresultaat (Overige
bedrijfsopbrengsten) verantwoord op tijdsevenredige basis, in overeenstemming
met de economische realiteit van de desbetreffende overeenkomsten. Rentebaten
worden opgenomen op tijdsevenredige basis volgens de effectieve-rentemethode.
Dividendopbrengsten worden opgenomen op het moment dat het recht om de
betaling te ontvangen is verkregen.
Subsidies
Subsidies worden in de balans opgenomen tegen hun reële
waarde wanneer er redelijke zekerheid is dat de subsidie zal worden ontvangen
en dat aan alle bijbehorende voorwaarden zal worden voldaan. Kostensubsidies
worden systematisch als bate verantwoord in het resultaat van de perioden
waarin de kosten vallen, waarvoor de subsidies als compensatie bedoeld zijn.
Investeringssubsidies worden in eerste instantie voor de reële waarde in de
balans opgenomen als een vooruitontvangen bate (Overige langlopende schulden)
en vervolgens in gelijke jaarlijkse bedragen ten gunste van het resultaat
(Overige bedrijfsopbrengsten) verantwoord naar rato van de verwachte
gebruiksduur van het betrokken actief.
Onderzoek en ontwikkeling
Researchuitgaven worden ten laste van het
resultaat gebracht in de periode waarin zij worden gemaakt. Interne
ontwikkelingskosten worden ten laste van het resultaat gebracht in de periode
waarin zij worden gemaakt, tenzij zij voldoen aan de criteria voor
verantwoording als immateriële activa.
Financiële derivaten
De Groep gebruikt afgeleide financiële
instrumenten (‘derivaten’) zoals valutatermijncontracten en renteswaps om de
risico’s van koersverschillen en rentevoeten af te dekken.
Financiële derivaten worden initieel in de balans opgenomen tegen hun reële
waarde en vervolgens gewaardeerd tegen hun reële waarde op iedere balansdatum.
De wijze van verantwoording van daaruit voortvloeiende baten of lasten hangt
af van de aard van de post die afgedekt wordt.
Bij het aangaan van contracten voor derivaten legt de Groep het doel daarvan
vast: afdekking van de reële waarde van in de balans opgenomen activa of
verplichtingen, afdekking van vaststaande verplichtingen of toekomstige
transacties of afdekking van netto-investeringen in entiteiten met een andere
functionele valuta dan de euro.
Wijzigingen in de reële waarde van derivaten die zijn aangemerkt als
reële-waarde-afdekking worden onmiddellijk in het resultaat verantwoord, samen
met iedere verandering in de reële waarde van de afgedekte activa of
verplichtingen, die toe te rekenen is aan het afgedekte risico.
Wijzigingen in de reële waarde van derivaten die zijn aangemerkt als
kasstroomafdekking worden in het eigen vermogen (‘Hedging’ reserve) opgenomen.
Bij opneming in de balans van het betreffende actief of de betreffende
verplichting wordt de cumulatieve bate of last overgeboekt van de
Afdekkingsreserve en begrepen in de boekwaarde of in het resultaat.
Wijzigingen in de reële waarde van derivaten die zijn aangemerkt als afdekking
van een netto-investering worden verantwoord in het eigen vermogen
(Translatiereserve). De cumulatieve baten en lasten in de Translatiereserve
worden opgenomen in het resultaat wanneer de netto-investering wordt
afgestoten.
De baten of lasten die betrekking hebben op het niet-effectieve deel van
reële-waardeafdekkingen, kasstroomafdekkingen en afdekkingen van
netto-investeringen worden onmiddellijk in het resultaat verwerkt.
Bijzondere posten
Bijzondere posten zijn belangrijke eenmalige
inkomsten en uitgaven die voortkomen uit bijvoorbeeld:
-
afwaarderingen op voorraden naar realiseerbare waarde of op materiële vaste
activa naar realiseerbare waarde, alsmede het terugnemen van dergelijke
afwaarderingen;
-
herstructureringen van de activiteiten van een entiteit en vrijval van
eventuele voorzieningen voor de kosten van herstructureringen;
-
verkopen van materiële vaste activa;
-
verkopen van financiële activa;
-
beëindigde activiteiten;
-
schikkingen;
-
overige vrijval van voorzieningen.
Bijzondere posten worden separaat gerapporteerd om een beter inzicht te geven
in de onderliggende resultaten over de betreffende periode.
Effect van nieuwe boekhoudstandaarden
DSM heeft niet gekozen voor een
vroege invoering van de volgende nieuwe standaarden, aanpassingen van
standaarden en nieuwe IFRIC-interpretaties waarvan de toepassing verplicht is
voor boekjaren die beginnen op of na 1 januari 2006 of latere jaren:
-
IFRS 6 Exploration for and Evaluation of Mineral Resources
-
IFRS 7 Financial Instruments: Disclosures
-
Amendment to IAS 1: Capital Disclosures
-
Amendment to IAS 19: Actuarial Gains and Losses, Group Plans and Disclosures
-
Amendment to IAS 21: Net Investment in a Foreign Operation
-
Amendment to IAS 39: Cash Flow Hedge Accounting of Forecast Intragroup
Transactions
-
Amendment to IAS 39: The Fair Value Option
-
Amendment to IAS 39 and IFRS 4: Financial Guarantee Contracts
-
IFRIC 4 Determining whether an Arrangement contains a Lease
-
IFRIC 5 Rights to Interests arising from Decommissioning, Restoration and
Environmental Rehabilitation Funds
-
IFRIC 6 Liabilities arising from Participating in a Specific Market – Waste
Electrical and Electronic Equipment
-
IFRIC 7 Applying the Restatement Approach under IAS 29 Financial Reporting in
Hyperinflationary Economies
-
DSM verwacht dat de toepassing van deze nieuwe standaarden, aanpassingen van
standaarden en nieuwe IFRC-interpretaties in toekomstige boekjaren geen
materiële gevolgen zullen hebben voor de jaarekening van de onderneming.
DSM verwacht dat de toepassing van deze nieuwe standaarden, aanpassingen van
standaarden en nieuwe IFRC-interpretaties in toekomstige boekjaren geen
materiële gevolgen zullen hebben voor de jaarekening van de onderneming.