Nadat gisteravond de slachtoffers van de explosie in de DSM fabriek op 1 april jl. zijn geborgen, heeft de directeur DSM Limburg, de heer Just Fransen van de Putte, vanmorgen een toelichting gegeven op de gebeurtenissen van de afgelopen dagen.
Op 1 april 2003 is in chronologische volgorde het volgende voorgevallen:
12.15 uur
Explosie in de Melaminefabriek 2.
12.17 uur
Alarm bij de Centrale Meldkamer DSM.
12.25 uur
Eerste melding: explosie in de gasgestookte oven, drie vermisten.
12.41 uur
Een zogenaamde A3 melding van de Meldkamer Zuid aan de overheid, waarin gemeld werd dat er drie vermisten waren. Twee brandweerploegen ingezet voor hulpverlening.
13.05 uur
Een slachtoffer waargenomen in de fabriek.
13.40 uur
Na appèl zekerheid over drie vermisten, van wie inmiddels één slachtoffer waargenomen was in de gasgestookte oven. Eén vermiste betrof een DSM medewerker, de andere twee waren werknemers van GTI en Hertel/IVM.
13.45 uur
Alledrie de slachtoffers zijn gelokaliseerd. Berging bleek nog niet mogelijk.
14.45 uur
Aanvang informeren families.
+ 16.30 uur
Families geïnformeerd.
17.00 uur
Persconferentie.
"Pas na definitieve vaststelling van de vermisten, konden wij de families met grote zorgvuldigheid en aandacht informeren," aldus Just Fransen v.d. Putte, "Onze eerste prioriteit is daarnaar uitgegaan."
Vanaf 1 april 15.00 uur is begonnen met de voorbereidingen voor het bergen van de lichamen. Deze voorbereidingen hebben lange tijd in beslag genomen, omdat het erg moeilijk bleek dit op veilige wijze te doen. Tijdens de nacht van 2 op 3 april is wegens de weersomstandigheden het werk stilgelegd. Op 3 april om 17.30 konden de hulpdiensten beginnen met het bergen van de lichamen. Om 20.30 uur waren de slachtoffers geborgen en zijn zij overgebracht naar het Academisch Ziekenhuis Maastricht, waar de formele identificatie heeft plaatsgevonden.
"Mijn bijzondere waardering gaat uit naar de technische en tactische recherche, de arbeidsinspectie, de provincie, de brandweer van de gemeente Sittard-Geleen, de medewerkers van hijskraanbedrijf Mammoet en alle andere betrokkenen, niet in de laatste plaats de medewerkers van onze bedrijfsbrandweer en onze eigen organisatie, voor de manier waarop de werkzaamheden zijn uitgevoerd.", zei Just Fransen van de Putte, "Dit is gedaan met grote zorgvuldigheid, aandacht en piëteit voor zowel de slachtoffers als hun familie."
Vervolgens gaf de heer Fransen van de Putte een toelichting op de wijze waarop het ongeluk naar alle waarschijnlijkheid heeft plaatsgevonden.
De productie van melamine vindt plaats in reactoren bij een temperatuur van ca. 400 graden Celsius. De reactoren worden op temperatuur gehouden met verwarmingsspiralen waardoorheen een gesmolten zout wordt gepompt. Het zout wordt op zijn beurt verwarmd in de oven waarin zich de explosie heeft voorgedaan.
Boven op de oven (ca. 20 meter hoogte) is voor onderhoud- en controlewerkzaamheden een platform met dak aangebracht met een reling rondom die via een trap kan worden bereikt.
Op 1 april 2003, rond het middaguur, waren enkele medewerkers op dat platform aan het werk. Om 12.15 uur is er in de oven door nog onbekende oorzaak een explosie opgetreden, waardoor het deksel/de bovenkant en de uitlaat van de oven zijn bezweken. Het deksel van de oven is door de explosie gekanteld waardoor de slachtoffers in de oven zijn gevallen. De oven had op dat moment een temperatuur van ongeveer 280 graden Celsius.
De oorzaken van de explosie en de daaropvolgende gebeurtenissen zijn momenteel in onderzoek. Zowel de overheid als DSM zullen diepgaand onderzoek verrichten. "DSM zal uiteraard alle mogelijke medewerking verlenen aan de onderzoeken die op dit moment plaatsvinden.", aldus Just Fransen van de Putte.