Het idee is heel simpel: verscheep tweedehandsfietsen naar landen waar ze goed
gebruikt kunnen worden (door kinderen die ermee naar school kunnen gaan en
door kleine ondernemers die ze kunnen gebruiken voor goederenvervoer of als
fietstaxi) en lever daar meteen de technische kennis en de middelen bij om de
fietsen te onderhouden en te repareren. Op die manier combineer je hergebruik
met onderhoud en scholing.
Het project startte met een inzamelingsactie voor tweedehandsfietsen en
reserveonderdelen door enkele scholen voor voortgezet onderwijs, een aantal
stichtingen en diverse medewerkers van DSM. Die actie trok veel publiciteit.
Zes zeecontainers werden omgebouwd tot mobiele reparatiewerkplaatsen en gevuld
met in totaal zo’n 500 fietsen, duizenden reserveonderdelen en het benodigde
gereedschap. Deze containers werden vervolgens verscheept naar Ghana, Malawi
en Brazilië, voor elk land twee containers. Daarnaast werd een speciaal
opleidingshandboek voor onderhoud en reparatie geschreven.
Zodra de reparatiewerkplaatsen zijn ingericht kan de scholing van
fietsenmakers worden gestart door plaatselijke docenten. Dat gebeurt allemaal
onder toezicht van plaatselijke stichtingen.
Dit droomproject, dat eind 2005 zal aflopen, heeft inmiddels geleid tot
contacten met het ministerie van VROM, dat een onderzoek wil starten naar de
haalbaarheid van een ‘recycling’-programma waarvan de kosten worden
gefinancierd uit een verwijderingsbijdrage op fietsen.