In 2002 heeft de Europese Unie richtlijnen opgesteld voor de handel in
emissierechten voor broeikasgassen. DSM is voorstander van zo’n
handelssysteem, omdat het de meest kosteneffectieve manier is om de uitstoot
van broeikasgassen te beperken. Hoewel het voorstel van de Europese Unie
speciaal op CO2 gericht is, is DSM van mening dat zo’n systeem voor alle
broeikasgassen zou moeten gelden. In het voorgestelde systeem mogen
installaties geen broeikasgassen uitstoten tenzij ze daarvoor ”emissierechten”
hebben. Deze worden door de regeringen van de EU-lidstaten toegewezen en zijn
in de hele EU verhandelbaar.
DSM pleit voor een handelssysteem dat zowel effectief als eerlijk is.
Effectief in die zin dat energie-efficiënte productie wordt bevoordeeld ten
opzichte van niet-efficiënte. En eerlijk in die zin dat het niet tot
ongelijkheid op de markt leidt. Het mag geen belemmering vormen voor de
toetreding van nieuwe spelers en de uitbreiding van installaties. Bovendien
moeten bedrijven zoals DSM, die in een vroeg stadium zijn begonnen met het
verbeteren van hun energie-efficiency, erkenning voor hun inspanningen
krijgen. Het toewijzingsprincipe voor de rechten is daarom van cruciaal belang.
DSM heeft intensief gelobbyd voor een toewijzings- en handelssysteem dat is
gebaseerd op relatieve prestatienormen (in plaats van absolute normen/vaste
limiet). In Nederland is DSM partij bij het zogeheten Benchmark Convenant. Wij
zijn ervan overtuigd dat benchmarking een objectieve basis voor de toewijzing
van de rechten kan vormen en zijn daarom voorstander van een dergelijk systeem
op Europese schaal.