Header for print stylesheet
You are here:  

Milieudoelstellingen en -prestaties

De volgende tabel geeft een overzicht van DSM’s milieudoelstellingen voor 2010 en de voortgang ten opzichte van 2005. De milieudoelstellingen zijn gebaseerd op het principe dat al onze fabrieken, waar ook ter wereld, op zijn minst moeten voldoen aan de milieunormen die gelden in de Europese Unie of de Verenigde Staten. Bij nieuwe fabrieken en belangrijke wijzigingen in bestaande fabrieken geldt deze norm vanaf het begin; bestaande fabrieken moeten er binnen vijf jaar aan voldoen.

Milieudoelstellingen en -prestaties

Onderwerpen waarvoor we de doelstelling voor 2010 al gehaald hebben of goed op schema liggen zijn groen gemarkeerd in de tabel. De gele markering geeft aan dat realisatie van de doelstelling nog niet zeker is en dat additionele inspanningen nodig zijn.

In de volgende paragrafen geven we een overzicht van de totale emissies en het totale energieverbruik van DSM en geven we een toelichting op de voortgang die is geboekt ten aanzien van de negen reductiedoelstellingen voor 2010. Daarbij dient bedacht te worden dat diverse fabrieken in het laatste kwartaal van 2008 om economische redenen op een lager niveau hebben geproduceerd.

De rapportage van gegevens door de locaties wordt regelmatig gecontroleerd door de afdeling Corporate Operational Audit.

Emissies naar lucht

Stof
Op basis van de verbeteringen die in vorige jaren zijn gerealiseerd, beschouwen we de doelstelling voor 2010 als bereikt.

N2O
De emissies van N2O (distikstofoxide) zijn sterk verminderd dankzij reductieprojecten die eind 2007 zijn uitgevoerd in de salpeterzuurfabrieken van DSM Agro in Sittard-Geleen en IJmuiden (Nederland). De doelstelling voor 2010 is bereikt.

De belangrijkste resterende bron van N2O-emissies zijn de caprolactamfabrieken van DSM Fibre Intermediates in Sittard-Geleen, Augusta (Verenigde Staten) en Nanjing (China). Meting van N2O in deze fabrieken is complex, wat leidt tot enige onzekerheid in de gerapporteerde waarden. De resultaten van verbeterde metingen kunnen in de komende jaren dan ook aanleiding geven tot correcties.

DSM Fibre Intermediates werkt aan nieuwe technologie om de uitstoot van N2O in caprolactamfabrieken terug te dringen. Voor onze doelstellingen voor 2020 gaan we ervan uit dat deze technologie met succes ontwikkeld en toegepast zal worden.

SO2
De emissies van SO2 zijn sinds 2005 significant verminderd. Als gevolg van de beperkte bemonstering van de bij DSM Fibre Intermediates in Nanjing (China) gebruikte steenkool is er enige onzekerheid ten aanzien van de nauwkeurigheid van de absolute SO2-gegevens.

De sluiting van de DSM Nutritional Products-locatie in Gonglu (China) en de desinvestering van DSM Deretil (onderdeel van DSM Anti-Infectives) hebben geleid tot een reductie van ongeveer 350 ton per jaar vergeleken met 2007. Verdere SO2-reducties zijn gepland op de DSM Anti-Infectives-locaties in Toansa (India) en Zhangjiakou (China). De reductiemogelijkheden bij DSM Fibre Intermediates in Nanjing (China) worden geëvalueerd en de daaruit voorvloeiende projecten zullen eind 2010 worden geïmplementeerd. Afhankelijk van de tijdige realisatie van deze projecten verwachten we de reductiedoelstelling van 75% in 2010 of een jaar later te zullen bereiken.

NOx
De emissies van NOx zijn verminderd vergeleken met 2007 door de sluiting van de locatie van DSM Nutritional Products in Gonglu (China) en de verminderde productie van diverse andere fabrieken als gevolg van de economische situatie. Realisatie van de doelstelling, een vermindering met 20% in 2010, is afhankelijk van de citroenzuuractiviteiten.

VOS
De totale emissie van vluchtige organische stoffen is met ongeveer 350 t/j gedaald vergeleken met 2007. De reducties waren het gevolg van lagere productievolumes bij DSM Anti-Infectives in Toansa (India) en DSM Fibre Intermediates in Augusta (Verenigde Staten), de sluiting van de DSM Nutritional Products-locatie in Gonglu (China) en de desinvestering van DSM Deretil. Een incident bij DEX Plastomers in Sittard-Geleen leidde tot een verhoging .

Verdere reductieprojecten zijn gepland op de locaties van DSM Anti-Infectives in Ramos Arizpe (Mexico), Toansa (India) en Zibo (China). Het behalen van de beoogde 40% reductie is afhankelijk van tijdige realisatie van deze projecten en van verbeteringen bij DSM Fibre Intermediates in Augusta (Verenigde Staten).

Emissie naar water

CZV
De lozing van CZV werd aanzienlijk verminderd vergeleken met 2007, vooral door verbeteringen bij DSM Fibre Intermediates in Nanjing (China) en DSM Anti-Infectives in Zhangjiakou (China) en de desinvestering van DSM Deretil. Dankzij deze en eerdere reducties is de doelstelling voor 2010 al ruimschoots bereikt.

Afval

Niet-gevaarlijk afval
Het storten van niet-gevaarlijk afval is significant verminderd vergeleken met 2007. Een belangrijke reductie kwam tot stand doordat bij DSM Nutritional Products in Wuxi (China) een andere bestemming werd gevonden voor het mycelium dat daar vrijkomt: sinds april 2008 wordt het als meststof gebruikt. De desinvestering van DSM Deretil en de lagere productie van een van de producten bij DSM Nutritional Products in Dalry (Verenigd Koninkrijk) leidden tot verdere verminderingen.

Dankzij deze en eerdere reducties is de doelstelling voor 2010 al ruimschoots bereikt.

Gevaarlijk afval
DSM wil het storten van gevaarlijk afval uitbannen in alle situaties waarin bruikbare alternatieven bestaan. Dit is tot uitdrukking gebracht in de reductiedoelstelling van 100%. Storten van gevaarlijk afval wordt binnen DSM alleen geaccepteerd als er geen technisch uitvoerbare of wettelijk toegestane alternatieven zijn.

In 2008 werd in totaal ongeveer 4100 ton gevaarlijk afval gestort. Veruit het grootste deel hiervan (3700 ton) was afkomstig van DSM Anti-Infectives in Toansa (India). Het betreft verschillende soorten afval die in voorgaande jaren op de locatie waren opgeslagen en nu worden overgebracht naar een stortplaats met vergunning. Er is geen andere geschikt alternatief beschikbaar.

Voor vrijwel al het andere materiaal is ook aangetoond dat er geen geschikte alternatieven bestaan.

Klimaatverandering (energie en broeikasgassen)

Door lagere productievolumes is het totale energieverbruik aanzienlijk gedaald vergeleken met 2007. De energie-efficiency is met ongeveer 3% verbeterd ten opzichte van 2005. De belangrijkste veranderingen die hebben bijgedragen aan de verbeterde efficiency zijn de invoering van efficiëntere technologie bij DSM Anti-Infectives en DSM Nutritional Products in combinatie met een hoger productievolume bij deze businessgroepen. Daar stond tegenover dat een aantal businessgroepen in 2008 aanzienlijk minder produceerden, vooral in het vierde kwartaal, waardoor de efficiency terugliep.

De totale emissie van broeikasgassen wordt in onderstaande grafiek aangegeven. Hieronder vallen directe CO2-emissies (emissies uit onze eigen processen), indirecte CO2-emissies (emissies ontstaan bij de opwekking van de elektriciteit en stoom die we inkopen) en emissies van N2O en andere broeikasgassen. De totale uitstoot van broeikasgassen werd sterk gereduceerd. Dat was vooral te danken aan een significant vermindering van de N2O-emissies als gevolg van de N2O-reductie die eind 2007 werd gerealiseerd in de fabrieken van DSM Agro in Sittard-Geleen en IJmuiden.

In 2008 inventariseerden we de opties voor vermindering van broeikasgassen, directe emissies van N2O en CO2, en indirecte CO2-emissies als gevolg van het verbruik van elektriciteit en stoom. Op basis hiervan hebben we ons ten doel gesteld de emissie van broeikasgassen in de periode 2008-2020 met 25% te verminderen. Daarbij houden we rekening met de voorgenomen aanpassing van onze productportfolio en een bepaalde jaarlijkse productiegroei. Om deze 25% reductie te bereiken, moet de energie-efficiency met gemiddeld 1,7% per jaar verbeteren, en moeten we met succes nieuwe technologie ontwikkelen en toepassen om de N2O-emissies van onze caprolactamfabrieken aanzienlijk te verlagen.

Naast de door onszelf gerealiseerde reducties zullen sommige van onze producten en diensten ook bijdragen aan een verminderde uitstoot van broeikasgassen in de bedrijfskolom. In 2008 continueerden we onze levenscyclusanalyses om de huidige impact te kwantificeren en een goede methode te ontwikkelen om toekomstige verbeteringen te meten. We verwachten in 2010 zinvolle doelstellingen op dit gebied te kunnen formuleren.

Niet-naleving en boetes

In 2008 werden vier DSM-locaties door de verantwoordelijke overheden gesanctioneerd vanwege milieuovertredingen. In twee van deze gevallen werd een boete opgelegd. In totaal werd circa € 110.000 aan boetes betaald, tegenover € 185.000 in 2007. De boetes werden opgelegd aan DSM Anti-Infectives in Zhangjiakou (China) en DSM Engineering Plastics in Genk (België), in beide gevallen wegens het overschrijden van de normen voor lozing van afvalwater.

Voor zover ons bekend werden in 2008 geen andere boetes of niet-geldelijke sancties opgelegd.

Milieu-incidenten en klachten

Het totale aantal geregistreerde milieuklachten bedroeg 78. Evenals in voorgaande jaren hadden de meeste klachten betrekking op stankoverlast (36) en geluidsoverlast (36). De locaties die de meeste klachten ontvingen waren Delft (18) en Seclin in Frankrijk (19).

Het totale aantal milieu-incidenten was 539. Hiervan werden er 17 als ernstig aangemerkt. Deze toename ten opzichte van 2007, toen drie incidenten als ernstig werden aangemerkt, is een gevolg van de veranderde definitie van ‘ernstige incidenten’.

Van het totale aantal van 539 milieu-incidenten werden er 251 tevens gerubriceerd als gerelateerd aan procesveiligheid. Bovendien was er bij 10 van onze verzuimongevallen sprake van contact met proceschemicaliën. Dat geeft een totaal van 261 incidenten die te maken hebben met procesveiligheid.

DSM rapporteert dit jaar voor het eerst het aantal van deze zogeheten ‘procesveiligheidsincidenten’. De procesindustrie is van mening dat er behoefte is aan prestatie-indicatoren voor procesveiligheid. Men is tot de conclusie gekomen dat uitsluitend focussen op rapporteerbare ongevallen een goed inzicht in de prestaties op het gebied van procesveiligheid in de weg kan staan. Er zijn echter nog geen uniforme criteria voor procesveiligheidsincidenten. Daarom gebruiken we onze eigen criteria, waarbij we relatief lage rapportagedrempels hanteren. DSM definieert procesveiligheidsincidenten als: ofwel het vrijkomen van een hoeveelheid gevaarlijke materialen uit een installatie boven een vooraf gedefinieerde drempelwaarde, ofwel een ongeval met verzuim als gevolg van contact met proceschemicaliën.

In 2008 nam DSM het initiatief voor een speciaal op procesveiligheid toegespitst competentienetwerk, waarin specialisten uit alle delen van de wereld samen werken aan het in stand houden van hoge procesveiligheidsnormen en het delen van good practices. De hierboven vermelde informatie over procesveiligheidsincidenten zal worden geanalyseerd om na te gaan waar verbetering mogelijk is en welke verbeteringen de meeste prioriteit hebben, op basis van de geïdentificeerde risico’s.

Waterverbruik

Onderstaande grafiek toont DSM’s wereldwijde waterverbruik. DSM wil het waterverbruik in de toekomst verminderen omdat waterschaarste wereldwijd een steeds groter probleem wordt en water waarschijnlijk een strategische hulpbron wordt.

Als eerste stap gaan we in 2009 de verbruikscijfers van DSM in 2008 vergelijken met een waterschaarste-database (WHO, UNICEF, Water Resources Institute).

Op basis van deze initiële scan zullen we prioriteiten stellen en een beleid ontwikkelen met gedifferentieerde doelstellingen voor verschillende waterschaarsteniveaus.

Biodiversiteit

Om te bepalen of onze activiteiten een mogelijk effect hebben op de biodiversiteit hebben we al onze productielocaties gevraagd of ze zich bevinden in, of op minder dan 500 meter afstand van, een beschermd gebied of een gebied met een hoge biodiversiteit. Tegelijkertijd deden we via het internet onderzoek naar dit onderwerp voor de locaties met de hoogste emissies. Uit deze onderzoeken bleek dat er 12 locaties zijn die zich in (beschermde) gebieden met een hoge biodiversiteit bevinden of daar dichtbij liggen. Uit een eerste analyse kwamen geen aanwijzingen dat onze activiteiten enig effect hebben op deze gebieden. De analyse zal in 2009 worden afgerond.

Grondstoffen

DSM streeft naar een verschuiving van niet-hernieuwbare naar hernieuwbare grondstoffen. Om onze voortgang op dit punt in de komende jaren te kunnen  bepalen, analyseerden we ons grondstofverbruik in 2008. Van de in totaal circa 4,9 miljoen ton grondstoffen die DSM in 2008 verbruikte, kan 12% als hernieuwbaar worden aangemerkt. Deze categorie omvat voornamelijk suiker, melasse en plantaardige oliën.

Quick link

Locatieverslagen

footer for print stylesheet