Europese bedrijven die fermentatie gebruiken voor industriële toepassingen
hebben momenteel de grootste moeite om de aanvoer van de benodigde suiker en
derivaten als grondstof veilig te stellen tegen concurrerende – wereldmarkt -
prijzen. De oorzaak daarvan ligt in het herziene EU suikerbeleid. Sinds de
invoering hiervan in juli 2006 is het verschil tussen de EU- en
wereldmarktprijs voor industriële suiker fors toegenomen en momenteel is
Europese suiker 1½ keer zo duur. Daarnaast heeft het nieuwe suikerregime
geleid tot afnemende beschikbaarheid en dus forse prijsverhoging van
belangrijke aan suiker gerelateerde grondstoffen, zoals het bijproduct melasse.
De Europese fermentatiesector, met daarin bedrijven als DSM, Purac, Evonik
(v/h Degussa), Jungbunzlauer en Ajinomoto, zet industriële suikers om in
hoogwaardige vitamines, antibiotica, voedingsadditieven zoals citroenzuur,
enzymen, aminozuren en bio-plastics. Het Nederlandse DSM heeft daarin een
vooraanstaande positie in vitamines, penicilline en voedingsadditieven waarvan
een substantieel deel (nog) in Nederland en Europa wordt geproduceerd. Uit een
aantal directe vergelijkingen is gebleken dat fermentatieprocessen efficiënter
zijn met betrekking tot energie- en watergebruik, hoeveelheid en aantal
oplosmiddelen en productie van afval dan traditionele chemische processen. De
“bio-based economy” is reeds begonnen want de fermentatiesector bedraagt zo’n
5% van de chemie, met een reële kans op verdubbeling binnen 5 jaar.
De huidige hoge suikerprijs is echter een hele grote barrière voor de verdere
ontwikkeling van, of zelfs de continuïteit van de bestaande,
fermentatiebusiness; de industrie moet de suiker kopen voor veel hogere
prijzen dan haar concurrenten buiten Europa terwijl beiden op dezelfde
wereldmarkt concurreren. Een markt die bovendien toch al geconfronteerd wordt
met agressieve en soms zelfs anti-competitieve druk van derde landen, met name
uit Azië.
Bedrijven sluiten in Europa, maatregelen zullen te laat komen
Zonder spoedige maatregelen zou de industrie tot 2014 moeten wachten op een
gelijk speelveld, wanneer de wereldsuikermarkt geacht wordt volledig
geliberaliseerd te zijn. Dit duurt te lang. Fabrieken worden nu al gesloten en
verplaatst naar buiten Europa. Voorbeelden zijn de Tate&Lyle
citroenzuurfabriek in Engeland begin 2007 en de Purac melkzuurproductie uit
Gorinchem (NL), aangekondigd in oktober 2007 onder expliciete verwijzing naar
te hoge grondstofkosten. Andere partijen heroverwegen hun huidige
fermentatieactiviteiten en investeringsplannen in Europa.
Tegenstrijdig
Een prijsverhoging van industriële suiker lijkt
tegenstrijdig met de doelstelling van de EU suiker hervorming die in juli 2006
is ingegaan. Het doel was namelijk om de minimumgarantieprijs voor suiker
drastisch te verlagen, van 600 naar 400 €/ton in de periode 2006-2010, gericht
op een toekomstige vrije wereldmarkt voor suiker (2014). Deze prijsverlaging
geldt momenteel echter alleen voor gebruik in de voedingsindustrie waar het
overgrote deel van de EU suiker wordt verwerkt, maar niet voor industriële
suiker die circa 3% van het totaal uitmaakt.
Industriële suiker is duurder geworden... Hoe komt dat nu?
De Europese suikermarkt is verdeeld in quotum-suiker en non-quotum suiker
waaronder industriële suiker valt. Voor quotum-suiker geldt een gegarandeerde
minimumprijs terwijl dat voor non-quotum suiker niet geldt: dit kan in vrije
onderhandelingen worden verkocht aan de industrie. Het is duidelijk dat voor
suikerproducenten de marges van quotum-suiker aantrekkelijker zijn dan voor
non-quotum suiker. De Europese suikermarkt is volledig losgekoppeld van de
rest van de wereld omdat de importen onderhevig zijn aan zeer hoge
importheffingen. Doordat er onvoldoende concurrentie is tussen aanbieders, én
omdat de industrie dus effectief geen (ruwe) suiker van buiten Europa mag
invoeren, is er een structureel en groot verschil tussen de Europese en
wereldmarktprijs.
Wat moet er gebeuren?
Bij de totstandkoming van het nieuwe EU
suikerregime heeft de Europese Commissie gesteld dat een competitieve
suiker-gebruikende chemische industrie een Europees belang is. De fermentatie
industrie is de ruggengraat van de opkomende bio-based economy, een visie die
door de Europese Commissie en de Nederlandse overheid wordt gedeeld. In de EU
suiker verordening is een bepaling opgenomen dat aanvullende maatregelen
zullen worden genomen om bovenstaande doelstelling te realiseren. Hierbij
worden specifiek genoemd out-of-quota suiker, heffingsvrije importen en
productie refunds. Tot op heden zijn geen effectieve maatregelen genomen, en
dat zou wel moeten gebeuren.
En wat zal gebeuren als maatregelen uitblijven?
Als industriële
suiker niet spoedig beschikbaar komt tegen de wereldmarktprijs, zullen de
doorgaande fabriekssluitingen en de huidige terughoudendheid in nieuwe
investeringen in Nederland en Europa leiden tot verlies van de huidige
vooraanstaande positie in de wereld. Er zal geen bio-based economy zijn zonder
een gezonde bio-based industrie.
De Europese Commissie en de EU Landbouwraad moeten nu actie nemen en alle
importbeperkingen voor ruwe suiker opheffen om eerlijke competitie op de
suikermarkt te herstellen. Hiervoor is slechts het onverkort toepassen van de
EU verordening nodig! Alleen zo hebben Europa en Nederland een eerlijke kans
op een bio-based society.