Header for print stylesheet
You are here:  

DSM's standpunt over Witte Biotechnologie

DSM Position Paper: Duurzamere industriële productie met Witte Biotechnologie

Witte Biotechnologie
De wereldbevolking zal tussen 2000 en 2050 naar verwachting groeien van 6 miljard naar 9 miljard mensen. Gecombineerd met de toename van de algehele rijkdom zal dit de vraag naar producten met gemiddeld 3 à 4 procent per jaar opstuwen, waarbij de groei uiteenloopt van 2 procent in Europa en de VS tot ongeveer 10 procent in landen als Brazilië, Rusland, India en China. Zelfs bij het huidige niveau van de wereldbevolking is het al een grote uitdaging om in de groeiende vraag te voorzien, terwijl deskundigen denken dat de wereldwijde olieproductie ergens tussen 2015 en 2020 haar maximum zal bereiken - de zogeheten “Peak Oil”. Om op een duurzame manier aan deze groeiende uitdaging het hoofd te kunnen bieden, zullen wij niet alleen onze industriële maakoperaties veel efficiënter moeten maken maar ook moeten kijken naar structureel andere, dus minder olieafhankelijke, productieprocessen en grondstoffen.

Een belangrijk onderdeel van de oplossing is Witte Biotechnologie - het toepassen van “natuurlijke gereedschappen” zoals micro-organismen en enzymen bij de productie van (fijn)chemicaliën, farmaceutische producten, voedingsingrediënten, materialen en uit hernieuwbare bronnen afkomstige biobrandstoffen. DSM heeft al in een vroeg stadium in Witte Biotechnologie geïnvesteerd en heeft een deel van haar productieprocessen daarop omgeschakeld en daarbij een breed scala aan nieuwe producten geïntroduceerd. Deze omschakeling heeft bij DSM en andere bedrijven (1) opmerkelijke effecten gehad, vooral dankzij de overstap op hernieuwbare bronnen.

Witte Biotechnologie biedt een reeks voordelen:

  • Schone productie onder milde omstandigheden, met een reductie van wel 50 procent of soms meer in het gebruik van proceswater, energie en oplosmiddelen; dit resulteert in lagere afvalwater- en CO2-emissies.
  • Gebruik van hernieuwbare grondstoffen, resulterend in een lagere CO2-uitstoot over de gehele levenscyclus.
  • Lagere bedrijfskosten, in sommige gevallen tot wel 50 procent van de variabele kosten.
  • Nieuwe producten die te ingewikkeld zijn om langs chemische weg te synthetiseren.

Kort gezegd vermindert Witte Biotechnologie in veel gevallen de ‘ecologische voetafdruk’ van industriële processen en producten terwijl die processen en producten niet alleen duurzamer worden dankzij het gebruik van hernieuwbare bronnen maar ook economisch concurrerend zijn. Witte Biotechnologie maakt dus duurzamere industriële ontwikkeling mogelijk.

De productie van zowel (transport)energie als chemische producten kan er baat bij hebben als men van traditionele, op fossiele brandstof gebaseerde methoden zou overstappen op Witte Biotechnologie. Dit zou meer energiezekerheid geven, gecombineerd met sterkere landbouwontwikkeling wereldwijd en economische ontwikkeling van plattelandsgebieden. Een en ander zou bovendien gepaard gaan met aanzienlijk schonere chemie-, energie- en transportsectoren. Witte Biotechnologie is een van de zeer weinige technologieën waarbij economie en ecologie hand in hand gaan.

Bij de productie van transportbrandstoffen gaat de omschakeling van fossiele op biologische grondstoffen in hoog tempo omdat biobrandstoffen zwaar worden gesubsidieerd en er overal ter wereld verplichte doelstellingen voor worden geformuleerd. Bij de fabricage van chemische producten en andere materialen verloopt deze omschakeling echter veel trager. De fabricage van chemische producten vertegenwoordigt 8 procent van het wereldwijde olie- en gasverbruik. Dit is geen gering aandeel en het is dan ook de moeite waard om die fabricage duurzamer te maken. Volgens schattingen uit 2003 zou 10 tot 20 procent van de chemische producten in 2010 potentieel op biologische basis kunnen zijn, bij een toegevoegde waarde van € 11-22 miljard aan kostenreducties en additionele inkomsten (1). Momenteel is circa 6 procent van de chemische productie op biobasis en er is dus ruimschoots potentieel voor verdere stijging. Wel is duidelijk dat, in tegenstelling tot biobrandstoffen, de overstap op biologische grondstoffen bij traditionele industrieprocessen traag verloopt en actief moet worden gestimuleerd, wil men kunnen profiteren van de grote ecologische en economische voordelen ervan.

Het gebruik van biomassa is de laatste maanden in een kwaad daglicht komen te staan als (mede-)veroorzaker van stijgende voedselprijzen en afnemende biodiversiteit. Wij delen deze zorg. De productie van bio-energie of biomaterialen mag niet tot tekorten in de voedselvoorziening leiden of de biodiversiteit nadelig beïnvloeden. Tegelijkertijd onderkennen wij dat biomassa essentieel is om de duurzaamheidsdoelstellingen van de samenleving te realiseren en dat er een noodzaak en een uitdaging liggen om productie en gebruik van biomateriaal op een intelligente en duurzame manier te verhogen, zoals ook aan het eind van hoofdstuk 2 wordt beschreven.

Barrières bij de verdere invoering van Witte Biotechnologie
Hoe komt het dat milieuvoordelen, lagere exploitatiekosten en hoge olieprijzen bedrijven er niet automatisch toe aanzetten om hun (omvangrijke) chemische processen over te schakelen op ‘bio-based’ alternatieven? Daar zijn meerdere redenen voor, die moeten worden gezocht in de beschikbaarheid en de kosten van biologische grondstoffen en in prikkels voor investering in R&D en productiecapaciteit.

De huidige prikkels zijn merendeels ontoereikend. Er is momenteel geen concrete politieke agenda en geen overheidsbeleid om een overstap naar chemische producten op biobasis te stimuleren. Zonder concrete maatregelen is die overgang echter tot mislukken gedoemd en zullen de aanzienlijke voordelen ervan niet worden gerealiseerd. Dat klinkt paradoxaal vanwege de eerder genoemde (1) enorme economische en ecologische voordelen, en al helemaal tegen de achtergrond van de huidige oliescenario’s.

Ten eerste zijn hoge investeringen in R&D en productiefaciliteiten nodig. Ten tweede moeten Witte-Biotechnologiealternatieven concurreren met de huidige chemische processen, die decennialang zijn geoptimaliseerd en in hoge mate zijn geïntegreerd en geclusterd in traditionele raffinage- en chemiecomplexen. Zij hebben het voordeel van enorme grootschaligheid en superieure logistiek, zowel bij de aanvoer van olie als bij het transport van de producten naar de afnemers. Ten derde is sluiting van bestaande fabrieken voordat die het eind van hun geprojecteerde nuttige levensduur hebben bereikt, zeer nadelig. Ten vierde hebben ecologische voordelen op zich, hoe sympathiek ook, in de huidige chemische processen geen economische waarde.

DSM is van oordeel dat als het om schonere productie gaat, een enorme kans wordt gemist. Industriële producten op biobasis hebben immers veel te bieden qua hogere duurzaamheid, toegevoegde waarde en industriële innovatie, nog afgezien van de CO2-besparingseffecten. CO2-reductie is een van de hoofdredenen voor het promoten van biobrandstoffen. Van biologische grondstoffen gemaakte chemische producten en materialen verdienen eveneens stimulering en steun om hun potentieel enorme milieu- en economische voordelen te kunnen realiseren.

Ook de beschikbaarheid en de kosten van biologische grondstoffen vormen een belangrijk vraagstuk. Bij Witte Biotechnologie worden duurzame grondstoffen zoals zetmeel en suikers verwerkt die in milieu-, economisch, maatschappelijk en politiek opzicht fundamenteel anders zijn dan fossiele grondstoffen.

Biologische grondstoffen zoals maïs en suikerbieten of suikerriet bevatten in het algemeen circa tien procent zogeheten fermenteerbare zetmeel of suiker. De overige negentig procent is hoofdzakelijk cellulose en lignine, die potentieel eveneens als grondstof kunnen dienen. Hier verschijnt de zogeheten tweede-generatietechnologie waar momenteel onderzoek naar wordt gedaan, al verwacht men dat die pas over vijf à tien jaar commercieel inzetbaar zal zijn.

De gestegen vraag naar biogrondstoffen, vooral als gevolg van de groei vanbiobrandstoffen, heeft geleid tot maatschappelijke ongerustheid over de duurzaamheid van de productie en de prijs van biogrondstoffen. Aangezien bij de productie van biogrondstoffen een beroep wordt gedaan op een beperkte voorraad landbouwareaal en water en tevens kunstmest nodig is, moeten de potentiële negatieve effecten ervan nauwlettend worden bewaakt en in de hand worden gehouden. De prijzen van biogrondstoffen zijn niet alleen een zorg voor de industrie maar ook uit een oogpunt van voedselprijzen – zie het debat over voedselprijzen en biobrandstoffen (Food versus Fuel) – omdat industriële (brandstof)toepassingen op grondstoffen met de voedselvoorziening concurreren. Het toenemend gebruik van biobrandstoffen wordt algemeen gezien als een van de oorzaken van de stijgende voedselprijzen, naast incidentele misoogsten, voorraadeffecten en hoge energieprijzen. Daarbij komt de structureel hogere vraag naar gewassen door de groeiende bevolking en een verschuiving in het dieet in opkomende economieën naar meer vleesconsumptie. Onder deskundigen bestaat echter onenigheid over de specifieke impact van biobrandstoffen; de berekeningen lopen uiteen van kleine tot grote bijdragen (2), met daarbij ook grote regionale verschillen.

DSM wil niet dat haar grondstoffen met de voedselproductie concurreren of ongewenste milieueffecten hebben. Wij zijn van mening dat het debat een balans moet zoeken tussen alle (potentiële) voor- en nadelen van de opkomende ‘samenleving op biobasis’. Stakeholders dienen gezamenlijk duurzaamheidscriteria te ontwikkelen en intussen vraag- en aanbodzijde te optimaliseren: opvoeren van landbouwproductiecapaciteit, verbeteren van reeds bestaande eerste-generatie-industrieprocessen en versnellen van de ontwikkeling van tweede-generatietechnologieën. Op die manier is duurzame aanvoer van biogrondstoffen voor alle doeleinden mogelijk.

DSM stelt een reeks stimuleringsmaatregelen voor ter bevordering van de overgang op productieprocessen op biobasis door het bedrijfsleven en duurzame aanvoer van biologische grondstoffen te waarborgen
Overheden dienen samen met partners uit bedrijfsleven en maatschappij, waaronder ook de academische wereld, een visie en een routekaart op te stellen en investeringsprikkels voor R&D en productie op het gebied van Witte Biotechnologie te creëren:

  • De R&D-inspanning moet aanzienlijk worden opgevoerd. Op nationaal en internationaal niveau moeten coherente publiekprivate programma’s worden opgezet of uitgebreid, waarbij wordt voortgebouwd op aanwezig academisch potentieel en bestaande initiatieven.
  • De EU en andere delen van de wereld moeten een “Bio-based Preferential Procurement Program” naar Amerikaans voorbeeld opzetten, waarbij het inkoopbeleid van de overheid wordt gericht op chemische en andere producten op biobasis. Voorbeelden zijn verpakkingsmateriaal, textiel, reinigingsmiddelen, auto-onderdelen en bouwmaterialen.
  • De milieuvoordelen over de hele levenscyclus van producten en processen op biobasis moeten worden gekwantificeerd, inclusief de emissiereductie van fossiele CO2. Deze beoordelingen moeten regelmatig worden geëvalueerd in het licht van technologische vooruitgang en praktische ervaring. Er moeten publieksbewustzijnscampagnes worden gelanceerd.
  • Tweede-generatietechnologieën, waarbij het materiaal van de gehele plant wordt gebruikt voor chemische producten, plastics en brandstoffen op biobasis, moeten worden gestimuleerd, zodat de concurrentie tussen energie en voedsel om dezelfde hulpbronnen uiteindelijk wordt geëlimineerd. Eerste-generatietechnologie mag echter niet onmiddellijk worden afgeschreven omdat de technieken en marktontwikkeling van biobrandstoffen noodzakelijke voorwaarden zijn voor het toekomstige succes van technologieën van de tweede generatie. Voorts zal grootschalige industriële toepassing van tweede-generatietechnologieën nog enige jaren op zich laten wachten, zodat verdere verbetering van eerste-generatietechnologie de enige echte optie voor de korte termijn is. Er is daar inderdaad nog veel ruimte voor verdere verbetering.
  • Processen op biobasis kunnen het best in een geïntegreerde omgeving worden ontwikkeld. DSM bepleit daarom het opzetten van geïntegreerde bioraffinaderijen, waar productie op biobasis van zowel brandstoffen als chemische producten kan worden ontwikkeld en geoptimaliseerd voor grotere efficiëntie, beter geïntegreerde materiaal- en energiestromen en optimale logistiek.
  • De kosten van sluiting van reeds aanwezige faciliteiten staan een geslaagde overstap naar (grootschalige) chemische processen op biobasis in de weg. Het overheidsbeleid moet er dan ook op zijn gericht om de nadelige financiële effecten van sluiting van traditionele fabrieken te verminderen, ook al zijn die nog niet aan het eind van hun geprojecteerde levensduur.
  • Overheden dienen een kader te scheppen waarbinnen ecologische voordelen dankzij toepassing van Witte Biotechnologie tevens economische voordelen zullen genereren.

De aanvoer van biogrondstoffen moet voor alle doeleinden toereikend zijn. De landbouwproductie moet over de gehele breedte groeien. Maatregelen om de duurzaamheid van de aanvoer voor industrieel gebruik te verhogen en te waarborgen, dienen onder meer te omvatten:

  • Biogrondstoffen voor industrieel gebruik dienen gemakkelijk en tegen wereldmarktprijzen verkrijgbaar te zijn. Tariefmatige en “non-tariff”-handelsbarrières zoals voor industriële suiker dienen derhalve structureel te worden geëlimineerd.
  • DSM is voorstander van - en neemt actief deel aan het opzetten van - een bindend certificeringssysteem dat moet waarborgen dat agrarische grondstoffen voor industrieel gebruik verantwoord worden geteeld, in aanmerking nemend van het gebruik van land, water en kunstmest en rekening houdend met de maatschappelijke gevolgen van de naderende grote veranderingen.
  • Deskundigen zijn het erover eens dat de investeringen in landbouwefficiency wat betreft watergebruik en areaalbeslag kunnen worden opgevoerd tot een niveau waarbij deze spanning kan worden weggenomen (3). Bijvoorbeeld, onderbenutte landbouwgebieden zouden voor gewasteelt moeten worden gebruikt en protectionistische maatregelen zouden moeten worden vermeden. Voorts kan het gebruik van genetisch gemodificeerde en anderszins veredelde gewassen de landbouwefficiency wereldwijd verbeteren zonder het daarmee samenhangende probleem van grotere behoefte aan water, kunstmest en bestrijdingsmiddelen.
  • Afvalstromen moeten als grondstof kunnen worden gebruikt, vooral wanneer tweede-generatietechnologieën beschikbaar komen.
  • Geïntegreerde bioraffinaderijen moeten worden gebouwd op plaatsen waar hun ecologische voetafdruk het geringst is. Gebieden met een overvloed aan water en land, bijvoorbeeld in Brazilië en de VS, waar biobrandstoffen beslag leggen op minder dan drie procent van al het landbouwareaal en waar water in overvloed aanwezig is (4), mogen niet worden beperkt bij pogingen om landbouwproductie naar biologische toepassingen om te buigen. Er moet ruimte zijn voor lokale maatoplossingen in plaats van uniforme wereldwijde oplossingen.

Meer informatie is te vinden op: http://www.dsm.com/nl_NL/html/sustainability/biotechnology.htm.

(1) White Biotechnology: Gateway to a more sustainable future, EuropaBio, 2003.
(2) Bijvoorbeeld IMF, Wereldbank, LEI, OESO en FAO.
(3) FAO-conferentie 2008.
(4) Ethanol Industry Outlook 2008, RFA and Evolution of Crop Land in Water: a shared responsibility, UNESCO 2006.

Andere standpunten

Moderne biotechnologie
Handel in CO2 emissierechten
Nanotechnologie

PDF

PDF versie (38 Kb)

footer for print stylesheet