This site uses cookies to store information on your computer. Learn more x

DSM in Nederland

Stikstof en veevoer

Heerlen, NL, 13 nov 2019 11:00 CET

Op 13 november stuurde het kabinet de Tweede Kamer een brief met daarin een maatregelenpakket voor de stikstofproblematiek in de woningbouw- en infrastructuursector in Nederland. Daarin wordt ondermeer de ambitie uitgesproken om door middel van aanpassingen in de samenstelling van veevoer een forse ammoniakreductie te bereiken. Het kabinet geeft daarbij nadrukkelijk de ruimte aan de agrarische sector zelf om uit te werken hoe dit zogeheten ‘voerspoor’ er uit komt te zien. Daarbij wordt gestuurd op aanpassingen van het totale rantsoen. Het landbouwcollectief gaat daarbij aan de slag om plannen te maken. Een voerspoor voor de melkveehouderij wordt in de brief van het kabinet genoemd. Over andere sectoren wordt geen uitspraak gedaan. Voor de varkenssector is het aannemelijk dat de focus vooral zal liggen op het reeds door de Coalitie Vitalisering Varkenshouderij ontwikkelde totaalplan, waarin scheiding aan de bron, stalsysteemontwikkeling en mestverwerking een centrale rol spelen.

Ook voor DSM staat voorop dat de boeren zelf aan het roer staan en bepalen welke maatregelen genomen gaan worden om de uitstoot van stikstof te reduceren. Wij willen graag met onze op wetenschap gebaseerde veevoeder innovaties een bijdrage leveren aan deze uitdaging.

Nederland heeft een sterke agrarische en voedingssector en het is een van de sectoren waarop ons concurrentievermogen en export gebouwd is. Die voorsprong moeten we behouden en wij blijven in nauwe samenwerking met boeren en de veevoederindustrie verder werken aan een duurzame, innovatieve en sterke sector, die zowel goed is voor ons milieu als  voor het concurrentievermogen van ons land.

Vanuit onze expertise brengen we graag in de discussie dat ook het gebruik van veevoederadditieven een belangrijke bijdrage aan de reductievanstikstof emissies (ammoniak) kan leveren. Onze inschattingen laten zien dat bij het optimaal gebruik van veevoederadditieven de ammoniak emissie van de Nederlandse veestapel op korte termijn tot 7% kan verminderen. Dat is ongeveer ~5kton van de ~83kton die in Nederland door veeteelt wordt uitgestoten. Van die uitstoot komt ongeveer tweederde van melkvee en een derde van andere veesoorten, met name varkens en kippen. Het gebruik van veevoederadditieven reduceert de emissie van ammoniak met ongeveer 3kton bij varkens, meer dan 1 kton bij kippen, en 1-2 kton bij melkvee.

DSM biedt deze additieven aan als onderdeel van zijn uitgebreide portfolio van kwalitatief hoogwaardige veevoederadditieven. De effectiviteit van deze veevoederadditieven om stikstof te reduceren is uitgebreid onderzocht. Om de werking van deze enzymen en eubiotica goed te begrijpen, hebben we een uitgebreide lijst met mogelijke vragen opgesteld, met antwoorden in een zo helder mogelijk taalgebruik en voor algemeen gebruik.

dsm_veevoeder_additieven_klein

Vragen en antwoorden

1. Hoe kunnen veevoederadditieven bijdragen aan het terugdringen van stikstof?

1a. Waarom stoten dieren stikstof uit?

  • Diervoeders bevatten eiwitten, net als voedsel voor mensen.
  • Stikstof is een essentieel onderdeel van de eiwitstructuur (elk eiwit zit vol met stikstof). Dit is essentieel voor het leven, bijvoorbeeld om celwanden op te bouwen en spiermassa te behouden.
  • Eiwitten worden door dieren verteerd, en de onverteerde of gedeeltelijk verteerde eiwitten worden uitgescheiden in de vorm van stikstof (om precies te zijn: stikstofhoudende vluchtige stoffen, zijnde ammoniak – NH3 – stikstofoxiden – NOx – nitraten – NO3).

1b. Hoe reduceren veevoederadditieven de stikstofuitstoot?

  • Dieren gebruiken enzymen voor de spijsvertering, om eiwitten af te breken tot kleine moleculen zoals peptiden en aminozuren. Dit zijn de bouwstenen voor de gezondheid en groei van dieren en mensen.
  • Als er veevoederadditieven zoals enzymen, etherische oliën of organische zuren (eubiotica) aan hun voer toegevoegd worden, zijn dieren beter in staat om meer van deze bouwstenen (inclusief stikstof) te verteren en op te nemen. Dit verbetert het spijsverteringsproces, met als gevolg minder stikstofuitstoot/uitscheiding.
  • Deze additieven helpen, ondersteunen en verbeteren het natuurlijke spijsverterings- proces bij dieren, net zoals de enzymen die van nature in het dier aanwezig zijn.

2. Welke veevoederadditieven kan DSM leveren om stikstofuitstoot te verminderen?

DSM heeft een breed portfolio aan veevoederadditieven in de industrie, voor allerlei verschillende dieren. In het specifieke geval van stikstofuitstoot worden drie soorten dieren veel nadrukkelijker in de gaten gehouden: varkens, kippen en koeien. Specifiek voor de varkens-, kippen- en melkveehouderij heeft DSM veel veevoederadditieven in zijn huidige portfolio die de diervoeding en -gezondheid verbeteren, economisch interessant zijn voor de boer en tegelijkertijd de stikstofuitstoot verlagen. Veevoederadditieven kunnen de stikstofuitstoot verminderen, omdat door een betere spijsvertering het voer efficiënter wordt omgezet in vlees, melk en eieren. Tegelijkertijd houden de additieven de dieren gezond. De werkzaamheid en veiligheid van de door DSM reeds geregistreerde veevoederadditieven, die in veel landen al jaren verkrijgbaar zijn, zijn bewezen in voederproeven en gedurende commercieel gebruik in de landbouwsector. Enkele voorbeelden van DSM veevoederadditieven zijn:

  • Amylase voederenzymen (zoals Ronozyme RumiStar) maken maïszetmeel gemakkelijker verteerbaar voor koeien. De koe absorbeert meer eiwitten om melk te produceren, waardoor er minder stikstof (zoals ammoniak) in de mest wordt uitgescheiden.
  • Protease voedingsenzymen (zoals Ronozyme ProAct) verbeteren specifiek de verteerbaarheid van eiwitten voor kippen. De kip absorbeert meer eiwitten om vlees en eieren te produceren en stoot daarom minder stikstof uit in het milieu.
  • Eubiotica, zoals organische zuren (zoals Vevovitall) die aan varkens worden gevoerd, verminderen de ammoniakuitstoot van varkens aanzienlijk.
  • Andere soorten eubiotica zoals etherische oliën (zoals Crina Ruminants) die uit planten worden gewonnen, verbeteren de spijsvertering van de koe. De koe kan weer meer eiwitten opnemen om melk te produceren en scheidt daarom minder stikstof uit.

3. Hoeveel stikstofreductie kan er met deze veevoederadditieven bereikt worden?

De veeteelt is verantwoordelijk voor ongeveer 66% van de totale stikstofemissies (ammoniak) in Nederland. Dit komt overeen met 83 kton. De veevoederadditieven die DSM kan leveren leiden gezamenlijk tot een reductie van ~5kton in ammoniakuitstoot, waarvan 1-2kton van melkvee, ongeveer 3kton van varkens en meer dan 1kton van kippen. Deze gezamenlijke impact leidt per direct tot een vermindering van de ammoniakuitstoot van de Nederlandse veeteelt van ~7%. Dit komt overeen met een reductie van de totale Nederlandse ammoniakuitstoot met ongeveer 5%.

4. Waarom is de te behalen stikstofreductie met veevoeradditieven bij koeien lager dan bij varkens en  kippen?


Voor gebruik bij koeien levert DSM amylase voederenzymen (zoals Ronozyme RumiStar). Deze enzymen maken maïszetmeel gemakkelijker verteerbaar voor koeien. De koe absorbeert meer eiwitten om melk te produceren, waardoor er minder stikstof (zoals ammoniak) in de mest wordt uitgescheiden. De te behalen stikstofreductie varieert op basis van dieet en samenstelling van het veevoeder. De amylase voederenzymen zijn het meest effectief bij diëten die rijk zijn aan mais. Naar schatting ligt het aantal Nederlandse koeien met een mais-rijk dieet tussen de 20 en 30%. De ammoniakreductie-inschatting voor de totale Nederlandse situatie is hierop gebaseerd. Overigens kan, naast het gebruik van enzymen en eubiotica, ammoniakreductie bij koeien ook en zelfs nog meer gerealiseerd worden door minder eiwit aan het ruwvoer toe te voegen. Uiteindelijk zullen de doelstellingen behaald moeten worden door een opeenstapeling van maatregelen.

Vevovitall is een eubiotisch voederadditief (benzoëzuur) dat helpt de darmgezondheid van varkens te verbeteren. De functionaliteit van dit product leidt tot verbeterde voerefficiëntie en een lager stikstofgehalte in de mest.
De vermindering van de ammoniakuitstoot werd rechtstreeks in proeven vastgesteld op 22%. Toepassing van deze voedingsoplossing op de hele varkenssector kan leiden tot vermindering van de ammoniakuitstoot met meer dan 15%, wat gelijk staat aan ongeveer 3kton. In deze inschatting is rekening gehouden met het deel van de varkenssector dat deze additieven al gebruikt (ca 5%).

Voor gebruik bij kippen levert DSM protease voederenzymen (zoals Ronozyme ProAct) die de verteerbaarheid van voedereiwitten verbeteren. Dit betekent dat het gehalte aan ruw eiwit in het mengvoeder kan worden verlaagd, bijvoorbeeld door de hoeveelheid soja te verminderen terwijl het graangehalte wordt verhoogd. Verminderde inname van eiwitten en de daarmee verbeterde verteerbaarheid vermindert vervolgens de hoeveelheid stikstof in de mest en de daaraan gerelateerde stikstofuitstoot. Er is vastgesteld dat Ronozyme ProAct het potentieel heeft om de uitstoot van de vleeskuikensector met 14% te verminderen, waarbij rekening is gehouden met het aantal boeren dat de enzymen momenteel al gebruikt en met de indringing en effectiviteit van luchtwassers die in hedendaagse stallen zijn geïnstalleerd voor ammoniakverwijdering.

5. Wat zijn enzymen en wat doen ze precies?

Enzymen zijn van nature voorkomende eiwitten: ze worden van nature door alle dieren en mensen uitgescheiden als onderdeel van het verteringsproces. De maag, dunne darm en alvleesklier scheiden allemaal een breed scala aan enzymen af om koolhydraten, lipiden, eiwitten en mineralen te verteren. Enzymen hakken letterlijk grote complexe verbindingen (zoals bijvoorbeeld zetmeel) in kleinere stukjes (zoals maltose en dextrine) en uiteindelijk in bouwstenen of componenten (in het geval van zetmeel is dit glucose – een eenvoudige suiker). Deze eenvoudige verbindingen worden vervolgens geabsorbeerd en door het dier gebruikt voor de algehele gezondheid en groei. Enzymen zijn natuurlijk, veilig en belangrijk voor het dier. Veevoederadditieven bevorderen het verteringsproces en verminderen daarmee de hoeveelheid uitgescheiden voedingsstoffen. Dit verbetert op zijn beurt de groei en ontwikkeling van dieren, is economisch interessant en vermindert de belasting van het milieu. Enzymen helpen de stikstofuitstoot te verminderen, omdat de stikstof in het voer door een betere spijsvertering efficiënter kan worden omgezet in vlees, melk en eieren.

6. Wat zijn eubiotica en wat doen ze?

Veevoederadditieven zoals organische zuren, probiotica, prebiotica en etherische olieverbindingen beïnvloeden de samenstelling of activiteit van microbiota in de darmen van het dier. Deze additieven worden beschreven met de algemene term "eubiotica", verwant aan de Griekse term "Eubiosis", die verwijst naar een optimaal evenwicht van de microflora in de darmen. Het belangrijkste doel van het gebruik van dergelijke eubiotica is het voeden van de micro-organismen en bacteriën in de darmen zodat zij hun werk beter kunnen doen. Dat verbetert de gezondheidstoestand van boerderijdieren, inclusief een betere spijsvertering. Als dieren beter in staat zijn hun voer te verteren, nemen ze meer eiwitten op, met als resultaat minder uitstoot/uitscheiding van ammoniak en stikstof.

7. Zijn deze veevoederadditieven om de stikstofuitstoot terug te dringen natuurlijke oplossingen?

Enzymen (bijvoorbeeld Ronozyme Rumistar) zijn natuurlijke eiwitten die overal in de natuur voorkomen. Benzoëzuur (zoals in Vevovitall) komt ook in de natuur voor (bijvoorbeeld in veenbessen). Etherische oliën (zoals Crina Ruminants) komen van nature voor in planten.

DSM's portfolio van nutritionele, voedsel- en diervoederingrediënten omvat ingrediënten uit natuurlijke bronnen zoals planten, dieren, mineralen of micro-organismen. Het portfolio omvat ook natuuridentieke ingrediënten die worden geproduceerd via chemische synthese of met biotechnologische processen, en identiek zijn aan stoffen die in de natuur voorkomen.

8. Zijn natuurlijke oplossingen duurzamer?

Hoewel nutritionele, voedings- en voedselingrediënten van natuurlijke oorsprong op het eerste gezicht de voorkeur lijken te verdienen, moet er ook rekening worden gehouden met andere overwegingen. De kwaliteit en beschikbaarheid van grondstoffen die nodig zijn voor productie, kosten- en duurzaamheidsoverwegingen (inclusief land-, water- en energieverbruik en CO2 voetafdruk), evenals de beperkte houdbaarheid van ingrediënten, kunnen betekenen dat het gebruik van voornamelijk natuurlijke nutritionele, voedsel- en diervoederingrediënten niet haalbaar is, met een groeiende wereldbevolking die naar verwachting ongeveer 10 miljard zal bedragen in 2050.

9. Worden deze veevoederadditieven om de stikstofuitstoot terug te dringen al gebruikt in Nederland, aangezien ze commercieel verkrijgbaar zijn?

Ja. Boeren gebruiken ze voornamelijk om voederkosten te optimaliseren, en in mindere mate voor emissiereductie. Door optimaal gebruik te maken van veevoederadditieven kunnen we de stikstof emissies (ammoniak) van de hele Nederlandse veestapel tot 7% verminderen.

10. Kunnen deze veevoederadditieven om de stikstofuitstoot te verminderen op korte termijn op grote schaal worden geleverd?

Ja. DSM is een van 's werelds toonaangevende leveranciers van vitamines, carotenoïden, eubiotica en voedingsenzymen voor de wereldwijde diervoederindustrie, ook in Nederland. DSM is in staat om op korte termijn te leveren.

11. Is DSM het enige bedrijf dat dit soort veevoederadditieven levert om stikstofuitstoot te verminderen?

Er zijn andere bedrijven die bijvoorbeeld enzymen of eubiotica leveren aan de diervoederindustrie. Als een van de allereerste pioniers op het gebied van veevoederadditieven, is DSM een van 's werelds meest toonaangevende leveranciers van vitamines, carotenoïden, eubiotica en voederenzymen voor de wereldwijde voederindustrie. DSM beschikt tevens over de nodige wetenschappelijke expertise over de duurzaamheidsvoordelen van veevoederadditieven. Koninklijke DSM is sterk verankerd in Nederland.

12. Komen (resten van) de veevoederadditieven ter vermindering van de stikstofuitstoot terecht in zuivelproducten (yoghurt, melk, kaas, etc.), eieren of vlees?

Nee, de veevoederadditieven verbeteren in veel gevallen de kwaliteit van melk, vlees en eieren en komen niet in het eindproduct terecht. Ze helpen op een natuurlijke manier om het voer beter te kunnen verteren en zorgen ervoor dat vee gezond blijft en groeit. Alle veevoederadditieven van DSM zijn grondig getest, wereldwijd geregistreerd (in Europa met verplichte positieve beoordeling door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA)) en zijn daarmee volledig veilig voor gebruik bij dieren. Ze hebben geen negatieve invloed op de kwaliteit van zuivelproducten, vlees en eieren.

13. Hebben de veevoederadditieven om de stikstofuitstoot te verminderen een negatieve invloed op koeien, kippen of varkens? Zijn er negatieve effecten op de lange termijn?

Nee. Veevoederadditieven verbeteren duidelijk de voeding en gezondheid van boerderijdieren. Alle voederingrediënten van DSM zijn grondig getest, wereldwijd geregistreerd (in Europa met verplichte positieve beoordeling door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA)) en zijn daarmee volledig veilig voor gebruik bij dieren.

14. Hoe worden de veevoederadditieven aan de dieren toegediend?

Voeradditieven worden als een poedermix in het voer gemengd en samen met de rest van het voer door het dier geconsumeerd.

15. Zijn de veevoederadditieven om de stikstofuitstoot te verminderen op dieren getest tijdens hun ontwikkeling?

Ja. DSM is verantwoordelijk voor de veiligheid van zijn producten. In veel landen over de hele wereld geldt een strikte wettelijke verplichting voor bedrijven om actief de veiligheid en de gebruiksveiligheid van hun producten aan te tonen. Voor sommige producten kan dit het gebruik van dierproeven inhouden. DSM doet er alles aan om het gebruik van dierproeven te voorkomen en te beperken. DSM voert een strikt beleid om waar mogelijk goedgekeurde alternatieve, door de autoriteiten geaccepteerde methoden te gebruiken om dierproeven te vermijden. Momenteel hebben sommige wetenschappelijke en regelgevende autoriteiten echter nog steeds gegevens uit dierstudies nodig. DSM stelt zich ten doel om dierproeven uiteindelijk volledig uit te bannen. Daarom werkt DSM aan de validatie van alternatieven voor dierproeven.

16. Waarom hebben we extra veevoederadditieven nodig om stikstofuitstoot te verminderen? Waarom kan dit niet door simpelweg de basis van diervoeding aan te passen?

Het veranderen van diervoeding, bijvoorbeeld door het eiwitgehalte te verlagen, zal de stikstofuitstoot verminderen. Dit kan echter invloed hebben op de groei van het dier en de bedrijfseconomie, omdat het voor zijn groei en ontwikkeling afhankelijk is van eiwitten. Veevoederadditieven kunnen helpen bij het verminderen van de stikstofuitstoot en verbeteren bovendien de voederefficiëntie, zodat optimale voeding behouden blijft. De diervoederindustrie optimaliseert voortdurend de diervoeding om de diergezondheid te verbeteren en de voederkosten te verlagen, om ervoor te zorgen dat de veehouders een goed rendement kunnen behalen. Veevoederadditieven zijn een belangrijk onderdeel van dit proces, omdat ze de functionaliteit van de voeding vergroten en de opname van de verminderde concentratie aan eiwitten ondersteunen.

17. Is DSM tegen vermindering van de Nederlandse veestapel, wat ook genoemd wordt als (onderdeel van) de oplossing voor de stikstofuitstoot?

We willen Nederlandse boeren helpen hun brood te verdienen, door hun kosten te verlagen en de stikstofuitstoot op hun boerderijen te verminderen. We geloven in duurzame diervoeding. Nederland heeft een zeer geavanceerde landbouwsector en staat wereldwijd bekend om zijn landbouwmethoden. We willen ervoor zorgen dat de Nederlandse landbouw voorop blijft lopen en zelfs nog innovatiever wordt, met nieuwe innovatieve en duurzame landbouwmethoden.

DSM is ervan overtuigd dat de landbouwindustrie zichzelf van binnenuit kan transformeren om een bijdrage te leveren aan de oplossing van het probleem. We willen graag een sleutelrol spelen in deze transformatie. We bieden de diervoederindustrie en de landbouwgemeenschap concrete en bruikbare oplossingen die een onmiddellijk effect kunnen hebben op terugdringing van de uitstoot, zowel met ons bestaande portfolio als met nieuw ontwikkelde technologieën.

18. Kunnen de veevoederadditieven om stikstofuitstoot te verminderen vergeleken worden met het onlangs geïntroduceerde veevoederadditief Bovaer® - als onderdeel van DSM’s project Clean Cow - om methaanuitstoot te verminderen?

Nee. CleanCow’s Bovaer® is een uitstekend voorbeeld van een ander veevoederadditief dat een andere belangrijke uitstoot van koeien aanpakt: methaan. Een kwart theelepel Bovaer® per koe per dag is voldoende om het enzym dat de methaanproductie in de pens van een koe veroorzaakt te onderdrukken en vermindert consequent de enterische methaanuitstoot met ongeveer 30%. Het werkt onmiddellijk en wordt veilig afgebroken in het normale spijsverteringsstelsel van de koe. Zodra het additief niet meer wordt gevoerd, wordt de methaanproductie volledig hervat en zijn er geen blijvende effecten in de koe. Het voederadditief draagt zo bij aan een aanzienlijke en onmiddellijke vermindering van de ecologische voetafdruk van vlees, melk en zuivelproducten. Dit voederadditief is ter registratie in Europa ingediend en zal beschikbaar zijn in Europa zodra EU-autorisatie wordt verleend. De regionale lancering wordt verwacht rond eind 2020/begin 2021. Daarna volgen registraties in andere regio's.

19. Werkt DSM samen met andere bedrijven in de diervoedingswaardeketen?

Ja. Bijvoorbeeld met de veevoederbedrijven die onze veevoederadditieven in het rantsoen mengen voordat ze aan de boeren worden geleverd. Met hun kennis over de optimale mix van ingrediënten en onze expertise op het gebied van additieven met toegevoegde waarde, kunnen we samen de kwaliteit van veevoer verbeteren.

20. Wat zijn de langetermijneffecten van het toevoegen van enzymen?

Veevoederadditieven zijn nutritioneel en hebben geen langetermijneffecten.

21. Waarom ondersteunt DSM een oplossing die alleen voor de korte termijn is?

Wij zijn van mening dat veevoederadditieven deel kunnen uitmaken van de oplossing op zowel de korte als de lange termijn. Wij willen de Nederlandse boeren helpen om in hun levensonderhoud te voorzien, door hun kosten en de stikstofuitstoot op hun boerderijen te verlagen. Nederland heeft een zeer geavanceerde landbouwsector en staat wereldwijd bekend om zijn landbouwmethoden. We willen ervoor zorgen dat de Nederlandse landbouw voorop blijft lopen en zelfs nog innovatiever wordt, met nieuwe innovatieve en duurzame landbouwmethoden. DSM is ervan overtuigd dat de landbouwindustrie zichzelf van binnenuit kan transformeren om een bijdrage te leveren aan de oplossing van het probleem. We willen graag een sleutelrol spelen in deze transformatie. We bieden de diervoederindustrie en de landbouwgemeenschap concrete en bruikbare oplossingen die de uitstoot onmiddellijk kunnen verminderen, zowel met ons bestaande portfolio als met nieuw ontwikkelde technologieën.

22. Hoe worden enzymen gemaakt?

Enzymen worden gemaakt op basis van fermentatie, toegevoegd aan het product en wereldwijd geleverd aan de voederindustrie.

23. Wat kosten veevoederadditieven om stikstof emissies te reduceren?

Over het algemeen maakt een veevoederadditief dat is toegevoegd aan het voer ongeveer 1% uit van de totale voederkosten. Voedingsadditieven leveren significante voordelen op door de verbeterde spijsvertering, die vele malen hoger zijn dan de kosten van het gebruik van het veevoederadditief.

24. Zijn de veevoederadditieven die stikstof reduceren chemische producten?

DSM’s portfolio van voeding en voederingrediënten bestaat ondermeer uit natuurlijke ingredienten uit planten, dieren, mineralen en microorganismen en natuuridentieke ingredienten die zijn gemaakt op basis van chemische synthese of biotechnologische processen. De ingrediënten zijn identiek aan de stoffen die in de natuur voorkomen. Enzymen zijn overal in de natuur aanwezig. Benzoëzuur (zoals in Vevovitall) komt ook in de natuur voor (bijvoorbeeld in veenbessen). Etherische oliën (zoals Crina Ruminants) komen van nature voor in planten.

25. Kunnen de dieren restistent worden?

Nee, dieren kunnen niet resistent worden. Veevoederadditieven zijn natuurlijke toevoegingen en leiden niet tot resistentie.

26. Wat is stikstof en wat is ammoniak?    

Stikstof (N) is een belangrijke bouwsteen voor het leven en komt in veel verschillende samenstellingen voor (bijvoorbeeld NH3, NOx, NO3). Eiwitten bevatten deze bouwsteen en zijn daarom essentieel. Teveel stikstof of eiwitten of een slechte spijsvertering leidt tot uitscheiding van stikstof die vervolgens in het milieu terecht komt als ammoniak of stikstofoxide. Het huidige stikstofprobleem gaat over de emissie van ammoniak (NH3) en stikstofoxide (NOx) in de lucht. Stikstof werkt als meststof en heeft een invloed op de biodiversiteit en Nederland en andere landen.